Update 23 aug. 1999 Brunssum-Schinveld
De Oudere Generatie aan het woord
Aansluitend op het gene waar ik vorige week mijn bijdrage mee afsloot,
was dat een dag later weer die vierde en laatste etage werd overgeslagen.
Maar nu werd er een halt geseind van ondergronds, als ook van bovengronds,omdat
van ons boven een van de twee lege wagens vanaf de losvloer boven op het
dak van de kooi terecht kwam, die zowat een meter of vier vanaf de losvloer
tot stilstand kwam.Maar ook ondergronds kwamen ze er niet zonder kleerscheuren
vanaf. Want de laatste twee volle kolenwagens met kolen, schoten onder
de hogerhangende kooi door het schachtruim in naar beneden(de zoemp in).
Daar ik ondergronds niet zo bekend ben vermoed ik toch wel dat het enkele
tientallen meters waren. Om de kooien weer in bedrijf te stellen moest
eerst door de ondergronders bekeken worden , of die twee kolenwagens geen
schade aan de onderkant veroorzaakt hadden, als ook de houten keerbalk,
dit laatste had het doel om de onderkabel, die aan de onderkant van
beide kooien bevestigd was in bedwang te houden , en niet te gaan slingeren.Toen
ondergronds verder niets aan de hand was, klopte ze die kooi die onderhing
“vrij”. D.w.z. dat ze daar nergens meer aankwamen totdat er bericht van
boven kwam. Wij hebben toen de kooi die bijna boven hing, Langzaam hogerop
geseind. Totdat het dak van de kooi gelijk van de losvloer kwam. Met enkele
sterke mannen, hebben wij de lege wagen die aan de achterkant op de kooi
lag weer op de vloer neergezet. Zelf heb ik toen een koplamp geleend van
een bankwerker om na te gaan, of er misschien schade was aan de ophanginrichting,
de houten geleidingsboom, of iets anders. En zo te zien waren er geen mankementen.
Maar wie moest nu het teken geven ”laat maar lopen” . Zelf begon ik daar
niet aan, stel je voor dat er toch iets was. Ik heb toen onze bovengrondse
hoofdopzichter thuis opgebeld, en hem alles uitgelegd. Hij gaf mij enkele
belangrijke punten aan , wat ik moest nakijken, hierop gaf ik ten antwoord,
dat ik dit alles had bekeken, en voegde er nog aan toe dat het van mij
uit kon gaan lopen. Hierna was het even stil, en toen hoorde ik hem mompelend
zeggen ” ja, ja jij bent geen beambte en wacht maar ik kom zelf even “
Want vanaf het bodemplein tot op de mijn was maar een paar honderd
meter. Ondertussen hadden wij een koplamp een een bankhamer klaar gelegd.
Dit laatste was nodig voor het aantikken van belangrijke onderdelen. “Alles
oké” was zijn verlossend seintje en laat maar lopen.
Blijf kijken, blijf lezen ik kom terug.