De Oudere Generatie aan het woord
Van de hogere bovengrondse bazen was weinig steun te verwachten. Op
den duur probeerde je dan ook op een linke, niet altijd eerlijke manier,
van de problemen af te komen. Wanneer er dan weer problemen waren en de
telefoon weer rinkelde, gaf ik maar ten antwoord:" Een ogenblikje, ik ga
even kijken of er stenen aankomen". Ook al was er niets te zien dan zei
ik toch:" er zit beweging in". Wat een verlakkerij was dat toch. Het kon
gebeuren dat je getuigen was van uitbarsting van een of andere chef, zo
ook in de tijd dat de bovengrondse bazen van de afdeling op vrijdag de
bonkaarten moesten uitschrijven. In het raam van hun groot kantoor op de
wasserij was een loket, de mensen mochten niet in hun werkkleding de kaarten
afgeven, en moesten dus eerst gebruik maken van het daar aanwezige badlokaal.
Ook ik zat nadat ik een bad genomen had in ons kantoortje op de losvloer,
te wachten op de mensen die hun dienst beëindigd hadden, de bonkaarten
voor mij op tafel, aandachtig bezig met mijn werk, toen er op eens iemand
met een bulderende stem een naam riep. Ik schrok hiervan en keek om, daar
zag ik een meesteropzichter, ook wel "Vaarstieger" genoemd staan. Met een
onheilspellend gezicht steunend op zijn "vaarstiegerstokje", met een zwart
gezicht en zijn stoffige kleding nog aan. Hij keek de opzichterskamer aan
in waar iedereen op keek alsof ieders naam was geroepen. "Daar zitten jullie
dan, lekker gewassen en ik kan de vuile werkjes opknappen".
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers