Deel 93 Update 7 juni 1999 Brunssum-Schinveld
De Oudere Generatie aan het woord
De uitleenkrachten hadden denkelijk verwacht dat er voor hun een of ander mooi werkje was weggelegd. Maar het was bij ons op de losvloer een vaste regel dat degenen die hier te werk werden gesteld eerst moesten inwerken op schacht II. De reden hiervan was dat het daar niet zo gevaarlijk was als op schacht 1. Wanneer je hier van zou afwijken en er zou iets gebeuren waardoor deze mensen gewond zouden raken dan werden wij door de veiligheidsdienst flink op de vingers getikt. Ik kan mij niet herinneren dat er in die dertig jaar op schacht II iemand een zwaar ongeval heeft gekregen, op schacht t is dit wel gebeurd. Te beginnen, aan de achterkant schacht 1 rolde hoofdzakelijk met grote snelheid lege wagentjes richting schachten la en 1b en naar schacht II. Het was daar voor iedereen die daar werkte uitkijken geboden. In dit gedeelte kreeg ik als baas te maken met een vrij ernstig ongeval, een van de leerjongens die daar bij een bocht hun werk deden, kwam met zijn hand tussen de wagens. Hij raakte hierbij een stukje vinger kwijt. Als deze persoon dit hier leest zal hij denken: Oh, dat was ik. Ook was er een arbeider zo dom om midden in het spoor te gaan staan. Er kwamen twee wagens met was-stenen tergend langzaam aangelopen, deze hadden wel enkele tonnen aan gewicht. En hem zodoende een bekkenbreuk bezorgde. Ook heb ik met eigen ogen zien gebeuren dat een ploegbaas, die de bedieningsman die de wagens met was-stenen moest inrijden naar schacht Ib, moest aflossen de kettingbaan waar een wagen stenen vanaf schacht II kwam bijlopen stop had gezet. Hij liep toen achter deze wagen aan. Maar hij had pech, de wagen liep slecht en hij was niet bij machte deze op zijn plaats te krijgen. 1k hoorde van alle kanten geschreeuw, en zag een tweede goed lopende wagen er achter aankomen. Dit had de man niet in de gaten, en ik moest van ver komen om te voorkomen dat hij tussen de twee wagens zou komen, want begrijp goed hier zitten maar enkele seconden tussen Ik kon de man nog opvangen en legde hem op een houten brits, en gaf de chef die er inmiddels was bijgekomen de opdracht voor een draagbaar en vier dragers te zorgen. Als EHBO-er bleef ik bij het slachtoffer deze wilde telkens opstaan. Door het geluid wat ik hoorde uit zijn mond of misschien wel uit zijn borstkast vermoedde ik het ergste. Omdat er nog steeds geen draagbaar kwam opdagen liet ik de zorg over aan twee mensen die in de omgeving werkte, ik ging naar het kantoortje waar een draagbaar hing. Daar trof ik de chef aan met een bezweet voorhoofd, stevig trekkende as, een sigaret. Wat ik toen tegen mijn chef gezegd heb laten wij hier over maar zwijgen.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers