Met zekere trots denk ik nog vaak terug aan het feit dat ik werd aangewezen
om deel te mogen nemen aan beide staatsbegrafenissen. Een volgend hoogtepunt
uit mijn diensttijd was de deelname aan de vierdaagse van Nijmegen. In
de maand mei 1934 werd er op de kazerne bekend gemaakt dat soldaten zich
konden opgeven om op 24 juli aan de vierdaagse van Nijmegen deel te nemen.
Dit zag ik wel zitten en dus gaf ik mij samen met mijn kamergenoten op.
Na de eerste medische keuring werd op 8 mei met 87 soldaten onder leiding
van adjudant Roza een eerste trainingsmars gelopen. Adjudant Roza was een
klein maar pittig manneke. Wij merkten al gauw dat het tempo beduidend
hoger lag dan bij de gewone marsen. Het resultaat was dan ook direct dat
er verschillende uitvallers waren. Deze werden meteen van deelname uitgesloten.
Tussen de trainingsmarsen door hadden wij ook nog twee wekelijkse marsen
met de hele compagnie onder leiding van een andere luitenant. Op een van
deze wekelijkse marsen werden op een rustplaats alle soldaten bijeengeroepen,
alwaar luitenant v.d.Weerde allen toesprak en iedereen de raad gaf om niet
aan de vierdaagse mee te doen, want zo zij hij :Het is beulen werk en
zeer slecht voor de gezondheid. Nou daar keken wij van op. Dit werd weer
tegengesproken door adjudant Roza die deze marsen al meer dan 20 keer had
gelopen. Tijdens de trainings-marsen en de tussentijdse keuringen merkte
je dat de groep steeds kleiner werd. Je ging dan toch wel nadenken over
deze raadgeving, maar toch, doorgaan was ons devies. De laatste training
voor de 24e- juli was een mars vanaf de kazerne door Maastricht naar Nuth
en weer terug. Voorbij Meersen gekomen, met Maastricht in zicht, moedigde
de adjudant ons aan door te zeggen: Mannen, laten wij straks met flinke
pas en als sterke kerels de straten van Maastricht binnen-trekken naar
de kazerne toe. Maar hij had al lang gemerkt dat het niet meer zo goed
met ons ging.
Er werd nog een rustpauze gehouden. Wij lagen dan met ons achterwerk
in de greppel en de benen omhoog tegen het talud. Maar o wee, toen wij
weer opstapten, kwamen wij in beweging als een stel oude mannetjes. Na
een paar kilometer ging het weer beter. Het is nog maar 40 kilometer sprak
de leider, maar naar onze berekeningen was het veel verder. O, laat ik
dit vooral niet vergeten, tijdens de training hoefden wij de bepakking
niet mee te sjouwen. Deze bepakking bestond namelijk uit: de helm, pioniergereedschap,
de opgerolde lange jas, die normaal met riempjes op de ransel zat, en nog
enkele andere voorwerpen. Hiervoor in de plaats werden, om het gewicht
op te vangen, zakjes gevuld met zand die in de ransel werden gedaan. Daarnaast
werden de patroontassen niet met patronen, maar met ijzeren blokken gevuld.
Dit werd ook gecontroleerd tijdens de vierdaagse. Na iedere training moesten
wij, nadat wij ons verfrist hadden, met de voeten over de bedrand gaan
liggen. De dokter kwam dan de voeten controleren. Hierbij werden blaren
behandeld en geïrriteerde voeten met, ik meen dat ze het formaline
noemden ingesmeerd met een kleine witkwast. Na de laatste training waren
er nog maar twaalf soldaten over, dit was net genoeg om mee te doen voor
de korps-prijs mits er niemand meer uit viel. Met deze twaalf soldaten,
de adjudant en een beroeps-sergeant vertrokken wij naar Nijmegen. De eerste
dag verliep rustig. Er waren geen noemenswaardige letsels. De tweede dag
ging het wat moeilijker. Een van de soldaten kreeg last van zijn voeten.
Er werd ons verteld dat de derde dag de zwaarste zou worden. Dan kregen
wij te maken met de zeven heuvelen. Niemand van onze groep heeft deze heuvels
opgemerkt. Wij Limburgers waren toch wel andere heuvels gewend. De soldaat
die al eerder last van zijn voeten had, kreeg het steeds moeilijker. Zijn
voetzolen waren een en al scheurtjes en barsten. Ze leken wel een granietvloer.
Tussen al die scheurtjes kwamen bloed en etter naar buiten. Vreselijk!
Van verder lopen was dan ook geen sprake meer. Hij wilde daar echter niets
van weten. Hij gaf toe dat het zijn eigen schuld was.
Hij had namelijk de formaline onverdund onder zijn voeten gesmeerd.
De vierde dag stond hij toch weer in de rij. Hij zou deze dag uitlopen
om te voorkomen dat wij de korpsprijs niet zouden halen. Gezamenlijk hebben
wij hem letterlijk en figuurlijk door deze dag heen gesleurd.
Zie foto nr.16.
Op de foto ziet u het zorgenkind tussen de sergeant en de adjudant
in.
Zo kregen wij toch nog de korpsprijs die door de soldaten uit Maastricht
twaalf jaar lang niet meer behaald was. Op zaterdagmorgen werden wij door
het militaire muziekkorps aan het station van Maastricht afgehaald en begeleid
naar de kazerne. Bij aankomst op het voorplein stond de hele compagnie
aangetreden. Voorop de compagniescommandant, daarachter officieren en onderofficieren
en alle manschappen. Je kreeg het er even koud van. Na de toespraak door
de compagniescommandant kreeg iedereen de gelegenheid om ons te feliciteren.
Grandioos!! Op 1 augustus 1934 werd ik tot korporaal gebombardeerd. Dit
hield een flinke aderlating in voor de staatskas, want hierdoor werd mijn
salaris verhoogd van 48 cent naar 58 cent per week.
Blijf lezen, blijf kijken, ik kom terug.
Pierre Rademakers
Deel ( 20 )
In september 1934 kwam een einde aan mijn diensttijd. Aan deze tijd
heb ik fijne herinneringen over gehouden. Mijn soldatentenue werd vervangen
door het werkpak. Dit was echter van korte duur, door de opgelopen spanningen
in Europa werd er in 1939 de algemene mobilisatie afgekondigd. Nadat er
al eerder militairen waren opgeroepen moest ik mijn soldatentenue weer
te voorschijn halen. Ik moest mij melden bij het onderdeel van de 2e- sectie
verplegingstroepen te ´s Heerenberg. Mijn oorlogsbestemming was de
3e- compagnie aan en afvoer troepen. Nadat alle soldaten zich gemeld hadden
werden wij afgevoerd naar Oss, daar werden wij in een schoolgebouw ondergebracht.
De kwartiermakers hadden onze bedjes al gespreid. In de klaslokalen waren
balen stro neergelegd die dienden als slaapplaats. De volgende dag werden
er in woning-inrichtingszaken wollen dekens gevorderd. Hier waren prachtige
exemplaren bij,daar werd, doordat ze op de grond lagen, gewoon overheen
gelopen, jammer. Ook werden er voor de verplegingstroepen fietsen gevorderd,
er kwamen fietsen met trommelremmen, nikkelen chroomvelgen. Deze werden
allemaal met doffe, groene verf overgeschilderd, dit zodat wij, wanneer
wij ´s nachts op pad waren, vanuit de lucht niet te zien zouden zijn.
Het artillerie bataljon werd met legertrucks vervoerd. De klaslokalen werden
verwarmd door gaskachels, deze hadden aan de zijkant een grote opening.
Als je ´s nachts niet kon slapen, kon je goed zien dat, wanneer de
kachels aansloegen, door deze openingen een warme gloed kwam. Met de strobalen
op de grond vreesde je dan het ergste. De taak van de afvoer troepen
was het in leven houden van mens en dier. Met de legertrucks werd gezorgd
voor aanvoer van levensmiddelen en veevoer. Vanuit ons kwartier keek men
uit over een lange straat, hier stonden schuren waarin al de aangevoerde
goederen werden opgeslagen.
De eerste dagen verliep alles chaotisch, maar naderhand werd er door
middel van borden aangeven waar en wat er te krijgen was. Op een plek midden
in het bos werd het vlees aangevoerd. Omdat er hier geen schuur voorhanden
was, werden er grote zeilen uitgespreid. Hier werd het varkens en rundvlees
opgestapeld. Een fikse regenbui zorgde ervoor dat het vlees er niet zo
fris meer uitzag. De soldaten die dit vlees voor hun manschappen kwamen
ophalen, liepen met hun met modder besmeurde laarzen over de zeilen heen.
De soldaat die het laatste stuk vlees moest meenemen weigerde dit, want
het lag onder de modder en dennennaalden. De volgende dag werd het vlees
dan ook op britsen neergelegd.
Dit waren de belevenissen van de eerste mobilisatie dagen.
Blijf lezen, blijf kijken, ik kom terug.
Pierre Rademakers