Zie foto nr. 25.
En als ik dan terug denk aan wat er aan voorzieningen in de woningen
van vroeger waren tegenover de hedendaagse. In onze nieuwe woning brandde
in elke kamer een lamp, aan enkele schakelaars zat een stopcontact vast.
Eén waterkraan in de keuken zonder aanrecht en waterafvoer. Een
oude tafel, met daarop een “”waspan” met aan de rand een zeepbakje, stond
onder de kraan. De w.c. lag ± 10 meter buiten achter het woonhuis,
aan een spijker hingen alle soorten papier als poetsmiddel. In de winter
kon het wel eens gebeuren dat de inhoud van de beerput weken lang bevroren
was en dus niet leeg gemaakt kon worden. De inhoud van de beerput naderde
dan langzaam de wc-bril. Centrale verwarming was er nog niet, door de week
brandde er alleen in de keuken het fornuis, op zondag werd er ook wel eens
in de voorkamer de kachel aangemaakt. Maar ja, in die tijd was je al tevreden
wanneer je een dak boven je hoofd had. Nadat ik toch wel oude en enigszins
verwaarloosde woning (de eigenaar lag al geruime tijd in het ziekenhuis)
al wat heb opgeknapt was het eind 1943. Nu wilde ik vanuit deze woning
de door mij ingeslagen weg voortzetten, betreffende de onderduikers.
Al gauw kregen wij de eerste onderduikers door mijn schoonzus Ton bezorgd.
Deze ± 30 jarige vrouw afkomstig uit de stad Groningen had de schuilnaam
Etty. Haar juiste personalia waren,dat begrijpt u wel voor de buitenstaanders
onbekend. Hoe blij ik ook was met deze woning, toch moesten wij uiterst
voorzichtig zijn. Omdat onze woning naast het gemeentehuis lag waren wij
tevens ook buren van het politiebureau. Vanaf de tweede en derde verdieping
van het gebouw kon men zo op onze binnenplaats kijken. Ook de bij mijn
moeder inwonende familie Jan Buijsers (bakker) had zicht op onze binnenplaats.
Het ergste was de naast het ouderlijk huis gelegen brede en open oprit
(opvaart), deze liep door naar onze binnenplaats. Wanneer ik in die oprit
stond kon ik niet alleen de straat inkijken maar ook naar het huis Beekstraat
3. Hier was “Das Deutsche Haus” gevestigd waar de NSBérs hun bijeenkomsten
hielden. Dus veel bewegingsvrijheid hadden wij niet rondom ons huis.
Deel 32
Toen ik van de week zat te bladeren in het Heemkunde boek uit 1995 zag
ik daar een foto uit 1943, op deze foto stond de kerk uit Bingelrade waar
de kerkklokken voor de kerkdeur stonden.Toen schoot mij iets te binnen
dat mij ontglipt was, ik moet nu een stapje terug in de tijd n.l. 1942.
Ook in Schinveld haalden de bezetters de drie klokken uit de toren van
onze parochiekerk. Ik was getuige toen ze een van de drie klokken uit de
toren haalden. Staande in de opvaart, zag ik dat de bezetters net als in
Bingelrade de galmgaten boven het uurwerk aan de kant van de Beekstraat
hadden afgebroken. Ik kon zien dat er door het grote gat balken naar buiten
staken. De grote klok werd naar vermoed op rollend materiaal naar buiten
geschoven, na een flinke duw suisde de klok naar beneden waar hij met een
harde plof voor het oude kostershuis neer kwam. Ik kreeg een gevoel over
mij alsof er een mens uit de toren was gevallen. Mijn reactie op die plof
was, hoe gek het ook klinkt, dat ik van angst achter een scheidingsmuurtje
sprong, bang dat ik door een of ander voorwerp geraakt zou worden. Nu zijn
wij in het bezit van een kort filmpje, hierop is opgenomen het buitengebeuren
van een bruiloft (in die tijd mocht er in de kerk niet gefilmd worden).
Aan het begin van de film zie je deze kerkklok naast de kerkdeur staan,
het is alsof deze klok wil zeggen, al heb ik deze feestdag dan niet voor
jullie kunnen inluiden toch wil ik er bij zijn. Nu weer terug naar eind
1943, ik stond aan de ingang van de opvaart toen er boven mijn hoofd een
luchtgevecht plaats vond. Vliegtuigen zag ik niet, maar ik zag wel op grote
hoogte een parachute waaronder een pakket hing. Plotseling komt er vanaf
het Kerkplein met grote snelheid een man in een zwart uniform zittend op
een lichte motor de Beekstraat in rijden.
Hij riep tegen mij dat ik daar weg moest, omkijkend zag ik dat hij
dat ik geen aanstalte maakte om weg te gaan. Hij gooide zijn stuur om en
met een dreigende houding kwam hij terug, toen ben ik maar vlug naar binnen
gerend je wist maar nooit.
Er kwamen steeds maar nieuwe verorderingen, het ene was je verplicht
te doen en het andere werd streng verboden. Een van de verorderingen in
1944 was dat niemand zich tussen 8 uur ´s avonds en 4 uur ´s
morgens in de openlucht meer mocht begeven. Degene die beroepshalve, zoals
de mijnwerkers die wisseldienst of de ronde dienst hadden, vielen hier
buiten. Voor deze mensen werd er een “Sonder Ausweis” uitgeschreven.
Zie foto nr. 26.
Het was ook verboden zonder toestemming een varken vet te mesten en
voor eigen gebruik te slachten. De ouderen onder ons weten dat nog wel,
want het stond toen vaak in de kranten dat dit vlees in beslag werd genomen
en vernietigd werd want het was altijd besmet vlees en slecht voor de gezondheid.
Terug naar startpagina
Update: 20 okt 1998
email: haijdenh@brunssum.net