Bij het huis aan het Wilhelminaplein hoorde ook een schuur, aan de linker zijde van deze schuur was een ruimte die dienst deed als waskeuken. In het midden was een grote poort waar je met een kar kon inrijden, achter die poort zal vroeger (voor mijn tijd) wel de dorsvloer geweest zijn. In het rechter gedeelte was een varkensstal en een opslagplaats voor stook materiaal enz. Al was het tegen de wettelijke voorschriften, toch kwam ik op het idee om een tweede onderduiker te nemen in gedaante van een varkentje om dit voor eigen gebruik vet te mesten. Het voer bestond uit koolbladeren, aardappelschillen en etensresten die ik bij familie en vrienden ging ophalen. Verder stroopte ik de hobbelige veldwegen af in de hoop dat er iets eetbaars van een boerenkar was afgevallen. Op een dag kwam ik langs een groot bietenveld waar vier mannen op de knieën het onkruid aan het wieden waren. Ook werden de bietenplantjes uitgedund, ik vroeg of die plantjes nog eens geplant konden worden. Het was te proberen, ik mocht dan ook een flinke partij van deze plantjes meenemen. Om dat er in mijn tuin geen plaats meer was, werd de binnenplaats maar omgespit. De harde grond werd met een pikhouweel (krutshak) los gemaakt, de plantjes werden weer geplant. Dit zijn later flinke knollen geworden. Ondertussen werd ons verteld dat een ouder echtpaar (±65 jaar) dat in Brunssum was ondergedoken daar plotseling moest vertrekken. Ze hadden al twee dagen en nachten in een groot korenveld tussen Schinveld en Bingelrade door gebracht. Dit echtpaar, Lime geheten, zijn wij dan op een gunstig ogenblik gaan ophalen, en daarna in mijn huis ondergebracht. Nu was het nog meer oppassen geblazen, omdat ik zelf geen kelder had gingen wij bij luchtalarm via de achterdeur bij mijn moeder naar binnen. Onder het huis van moeder bevond zich een tweedelige kelder een voor haar zelf en een deel voor de inwonende fam. Buijsers.
Deze familie kon horen dat er meer mensen de houten trap afkwamen dan mijn vrouw en ik zelf, toch wel riskant! De zomer liep langzaam teneinde en mijn moeder adviseerde mij aan roggemeel te komen voor extra voeding voor het al volgroeide varken. Ik heb toen contact gezocht met Leopold Frijns van de boerderij Frijns (nu Schinvelderhoeve). Omdat het verboden was, ging ik om tien uur s´ avonds naar de boerderij een zak rogge afhalen. Door een droogstaande greppel langs het voetbalveld van V.V.Hendrik liep ik stiekem via de Duikerweg en enige weilanden naar molenaar Diederen. Daar werd de zak rogge verstopt tot de volgende dag om gemalen te worden. Na een maand raakte het groenvoer en ook het extra voer op. Ik besloot het hongerige dier te laten slachten voordat het zich zelf meldde en het ons fataal zou worden. Aan de ene kant bevond zich het politiebureau en aan de andere kant het “Duitsche Haus”. Na dat het varken stil en stiekem geslacht was, werd het aan een muur geplaatst (de ouderen kennen dit nog wel). Het was amper gebeurt of er werd aan de deur gebeld, zouden ze dan toch iets gemerkt of gehoord hebben? Nou daar zaten wij dan, met drie onderduikers en het varken. Voor dat ik iets ging ondernemen wilde ik toch wel weten wie er aan de deur stond. Op mijn sokken ben ik door het voorportaal de trap opgegaan en heb toen door een openstaand slaapkamerraam voorzichtig naar beneden gekeken. Laat het nou de pastoor zijn die vermoedelijk op huisbezoek wilde komen. Ik heb hem toch maar laten bellen en gedaan alsof er niemand thuis was, jullie begrijpen wel waarom.
Deel 34
In de speeltuin gelegen aan de Mariabergstraat bevond zich een ± 4 meter hoog platform. Van hieruit keken wij ´s avonds, ondanks het uitgaansverbod, naar de vliegende gevechtsvliegtuigen. Stiekem liepen we door de Heidestraat en de huidige Past. Brounsstraat waar in die tijd slechts een huis stond . Je kon van hier uit zien wanneer de vliegtuigen van de geallieerden doelen over de grens aanvielen. Het platform bleef vanuit de lucht niet onopgemerkt, zo gebeurde het dat wij van uit een vliegtuig werden beschoten. Wij vluchten met z´n allen naar beneden en verdwenen in de naast de glijbaan gelegen w.c. Veilig was het er niet maar we waren wel uit het gezichtsveld. Ondanks een drietal kogelgaten in de zinken golfplaten bleef iedereen ongedeerd. Wanneer er enkele nachten achter elkaar luchtalarm was geweest ging het toch wel ten kosten van je nachtrust. Het werk op de mijn ging gewoon door. Zo kon het gebeuren, dat mijn ogen dicht vielen, toen ik op een morgen op mijn fiets naar het werk reed. Op de Brunssummerstraat was er alleen aan de linkerkant een fietspad. Ter hoogte van de school reed ik toen met mijn ogen dicht tussen de boompjes door de straat op. Nadat ik langs de trottoirband schampte viel ik tegen de vlakte. Nu was ik meteen wakker, ondanks schaafwonden aan knie en elleboog viel het nogal mee. In het boek van de verbandkamer staat natuurlijk geen woord van hetgeen wat mij was overkomen en wat de oorzaak van mijn verwondingen was. Ik ben toen gewoon aan mijn werk gegaan. Het was inmiddels september geworden, je kon merken dat er iets gaande was betreffende de oorlogstoestand. Ik had net wat papperassen naar boven gebracht toen ik op het Kerkplein ongewoon veel auto´s hoorden. Toen ik naar buiten keek zag ik een hele rij Duitse legervoertuigen richting Jabeek rijden. Op het dak van al deze voertuigen was een groot rood kruis geschilderd. De wagens waren vol met autobanden geladen.
Kort nadat de colonne voorbij gekomen was hoorde ik het ratelen van
machinegeweren, ik rende de trap op naar de zolder en zag door het dakraam
duikende en schietende vliegtuigen naar ik dacht boven Jabeek. Opeens steeg
er een zwarte zware rookwolk omhoog een teken dat er iets geraakt en in
brand geschoten was. De kranten van de volgende dag spraken hun afschuw
uit dat vijandelijke vliegtuigen op de Windrakerberg voor Sittard een rode
kruis colonne beschoten hadden. Half september werd er middernacht aan
de voordeur geklopt en gebeld. Mijn eerste werk was de onderduikers wakker
maken, deze hielden zich paraat. Ondertussen wachten wij maar af. Ik kon
horen dat er ook bij de buren werd gebeld. Toen het geklop weer dichter
bij kwam hebben de onderduikers zich verstopt in de tuin. Nadat er weer
bij onze deur werd gebeld deed ik in mijn pyama en met een slaperige gezicht
de deur open. Er stond een Duitse officier, deze vroeg om aansluiting op
het lichtnet. Ik dacht doe maar vriendelijk en geef maar toestemming. Nadat
de man het loodje van de meterkast had verbroken en een zwaardere hoofdzekering
had ingezet werd er een kabel door het opklapbaar bovenraam naar binnen
geschoven en in het stopcontact gestoken. Toen gaf hij mij aan maar rustig
verder te gaan slapen, ik zag dat er voor de deur een grote dichte legerwagen
stond en aan het aanhoudend getik te horen had het iets met een zender
te maken. Een presentje voor mijn goede daad kreeg ik later bij een controle
van de stroomverkoop, ik moest toen F. 12,50 boete betalen wegens het verbreken
van het loodje plus die te zware zekering.
Update: 26 okt 1998
email: haijdenh@brunssum.net