Deel 35
Nadat de Duitse officier ons een goede nachtrust had gewenst was er
van slapen gaan geen sprake. Eerst werden de drie verstoppelingen uit de
tuin naar binnen gehaald, ik had het gevoel dat de Duitsers geen kwade
bedoelingen hadden. Toch zat die aansluiting op het lichtnet mij niet lekker.
Het getik uit die wagen bleef maar doorgaan, ik heb dan ook de nacht doorgebracht
zittend op een leegstaande kamer achter de glasgordijnen. Ook de anderen
waren niet naar bed gegaan, we waren toch niet zeker van de zaak. Dat de
legerwagen, of te wel zendwagen, voor mijn huis daar niet zo maar stond
bleek al snel. Na enige tijd drongen er allerlei geluiden tot mij door,
zoals hoefgetrappel, roepende en schreeuwende mannenstemmen over en weer.
Opeens waren er lange rijen Duitse soldaten die over het Kerkplein marcheerden,
deze waren op terugweg naar de Duitse grens. Op de voor ons vreemd soortige
vierwielige boerenkarren, zaten en lagen soldaten. Deze karren werden door
paarden getrokken. Ook ander voertuigen werden geduwd en getrokken door
de soldaten, zoals tweewielige handkarren, bolderwagens en zelfs een kindersportwagen
en fietsen waar ze allerlei zaken hadden opgeladen. Dat dit niet de harde
kern uit het Duitse leger was bleek uit het feit dat er gelachen werd,
er riep iemand “ has te nog sjnaps? “. Na deze terugtocht van het Duitse
leger brak er een tijd van geruchten aan. Er werd verteld dat de geallieerden
al een of andere plaats bevrijd hadden. Van Duitse kant werd dit weer tegengesproken,
maar toen toch het schieten naderbij kwam, gingen wij er toch van uit dat
de bevrijders in de buurt waren. Iedereen werd aangeraden binnen te blijven.
Op de morgen van 19 september waren de geallieerden op verschillende punten
doorgestoten richting Duitse grens. Vanuit een raam op de bovenverdieping
zag je de eerste gevechtswagens de Jabeekerstraat oversteken.
De huidige woningen en de school lagen er toen nog niet het was allemaal
open veld. Toen het rustiger werd aan het front liepen verschillende jongeren
de Jabeekerstraat in om met de bevrijders kennis te maken. Ik zei tegen
mijn vrouw: “ Daar ga ik ook even naar toe, ik ben zo weer terug “. Een
vloeiend gesprek was niet mogelijk want de engelse taal had bij de meeste
van ons niet op het lesrooster gestaan. Toen dan ook het commando verder
op te rukken werd gegeven zochten wij maar gauw veiliger oorden op. Toen
ik de Beekstraat inliep om achterom naar binnen te gaan kwamen daar een
stel jongens en meisjes hossend en springend op me af. Laat me daar nou
de onderduikers bij zijn, die bij mijn schoonouders,, bij bakker Jacobs
aan de kloosterlaan en bij mij waren ondergabracht. Ik werd dan ook kwaad
en vroeg of ze wel wisten wat ze deden, de Duitsers waren amper over de
grens en konden best eens terug slaan. Hun blijdschap kon ik wel begrijpen,
maar ze hadden toch even moeten wachten, wat overigens ook de mening van
de andere gastgevers was. Om te voorkomen dat er geen onverantwoorde acties
zouden gebeuren werd er na de bevrijding van dit gedeelte van Nederland
een Orde Dienst in het leven geroepen. In onze gemeente kwam deze dienst
onder commando te staan van dhr. W. Nelissen. Bij de vele die zich hier
voor opgaven was ook ondergetekende. Een van onze taken was het bezetten
van de grensstrook, de neutrale weg op de Hering. Hier was het dat in de
nacht van 10 naar 11 oktober dhr. Johan Jansen van de Bouwbergstraat, mij
kwam ophalen omdat mijn vrouw ging bevallen van ons tweede kind, wat dan
om 4.30uur op de wereld kwam. Hij waarschuwde mij om niet te hard te rijden
op de weg naar huis, om zo een verdachte indruk te wekken bij de
geallieerde wachtposten.
Deel 36
Kort na de geboorte van mijn dochter werden er plotseling vanaf de Duitse kant granaten op ons dorp afgevuurd. Om hiervan meer te weten te komen, ging ik naar het naast ons gelegen gemeentehuis. Hier was ook de meldingspost gevestigd. Hoewel nog niet alle meldingen binnen waren kon men al aangeven waar de granaten terecht gekomen waren, ook wist men te vertellen dat het splinterbommen waren geweest. Na het eerst mijn vrouw verteld te hebben ging ik naar mijn moeder, napratend over de aanval hoorden wij een tweede serie granaten neerkomen. Ik rende door de gang naar de achterdeur, toen ik de achterdeur opende kreeg ik meteen een prikkelend gevoel in de neus. Vanaf het scheidingsmuurtje trok een grote witte stof naar de binnenplaats. Toen zag ik dat de achtekant van het dak geraakt was, mijn grootste zorg op dat moment was mijn vrouw. Ik trok de keukendeur open en zag daar mijn vrouw lijkbleek en huilend voor zich uit kijkend. Terwijl zij bezig was onze dochter aan te kleden, nadat ze het kindje in bad had gedaan, kwam de klap. Er zaten zeker twintig splintergaten in het plafond van de keuken, wonder boven wonder waren beide ongedeerd. Ook het oudere echtpaar was ongedeerd gebleven, alleen een meisje dat op bed lag te lezen had een splinter in haar voet gekregen. Meteen na de inslag kwam de politie ons huis inspecteren. Een geluk bij een ongeluk was dat ze de hammen van ons geslachte varken niet opgemerkt hebben. Normaal werden de hammen nadat ze in het zout hadden gestaan opgehangen om te drogen. Omdat dit bij ons niet mogelijk was had ik een paar oude stoelen op de vloer gelegd, met de rugleuning naar boven. Hier lag het vlees tijdens de inspectie op een laken te drogen. De zolder was een grote puinhoop. Overal lagen stukken steen, kelk en houtsplinters.
Met mijn broers en zwagers hebben wij zo snel mogelijk de voorkant van het dak dicht gelegd, hiervoor gebruikten wij dakpannen van de achterkant van het dak, ook het houtwerk had veel geleden, balken en panlatten waren verbrijzeld. Omdat er niet genoeg dakpannen waren werd de achterkant van het dak met een groot zeildoek afgedekt. Wanneer er ergens iets afgebroken werd, en er dan dakpannen werden weggedaan vroegen wij of wij die mochten overnemen. Zo hadden wij al snel genoeg pannen om het dak weer dicht te leggen, het was niet zo´n mooi gezicht, er lagen platte, zware franse en van vorm verschillende hollandse pannen op het dak en in verschillende kleuren. U zult zich misschien afvragen waar was de huiseigenaar, deed deze dan niets?. Maar zoals ik al eerder vertelde lag de man toen ik het huis huurde al in het ziekenhuis waar hij later is overleden. Zijn vrouw was al eerder overleden en de kinderen waren er niet, naar welke erfgenamen had je dan moeten gaan.