Deel   37

Nadat het dak zo goed als het kon gerepareerd was, ben ik kamer voor kamer de gaten gaan dichten. Ook in de muren van de binnenplaats waren veel granaatsplinters terecht gekomen. Bij de fam. Buijsers was een stuk van een granaat splinter via een ruit in het deurtje van het aanrecht terecht gekomen. Bij de orde dienst had zich ook onze meer als zestig jaar oude onderduiker aangesloten, omdat de man niet fietsen kon en hij van beroep kok was zorgde hij voor warme soep of iets anders wanneer wij van koude nachttochten binnen kwamen. Het jonge meisje dat ondergedoken was geweest fungeerde als tolk op het gemeentehuis. Er kwamen op het gemeentehuis veel meldingen binnen van diefstallen, niet zo zeer van waardevolle artikelen maar vooral van levensmiddelen. Niet alleen uit woningen maar ook uit kippenstallen werd gestolen. De meeste inbraken waren er op de Bouwbergstraat en Jilianastraat waar in die tijd nog weinig huizen stonden. Er werd naarstig gespeurd naar de dief (dieven) , aanvankelijk zonder resultaat. Op zekere dag kwamen wij s´morgens terug van het wachtlopen langs de Hering, toen wij ons gingen melden in het zaaltje van het gemeentehuis, zagen wij daar een geboeid persoon bij de kachel staan. Wij kregen te horen dat deze persoon, die van Russische afkomst was, ontdekt was in stro boven in een schuur bij boer Husch, de levensmiddelen waren in het stro verborgen. Op de binnenplaats van het gemeentehuis was links het zaaltje, recht voor een grote schuurpoort en links van die poort een gewone staldeur met ingemetselde scharnieren, (teulders). Op deze deur zat een schuifgrendel en ging je de deur binnen, dan kwam je in een gang van ± 4 meter lang en 1,5 meter breed, aan de rechterkant twee deuren die hetzelfde gemaakt waren als de buitendeur, alleen was er in het handvat een sleutelgat waarmee men de cellen kon afsluiten met een hangslot. In de twee cellen waren geen ramen, alleen boven de deuren een opening van ongeveer 13,5 cm. breed en 35 cm. hoog, dit voor ventilatie naar de gang toe.
In de eerste de beste cel werd de gevangene tot nader orders ingesloten. Wanneer dhr. Jan Canisius nog leefde (velen zullen zich Jan nog herinneren) liet ik hem dit verhaal afmaken. Jan had altijd binnen dienst en zo moest hij ook zorgen voor het eten van de gevangenen. De volgende morgen maakte hij de buitendeur open en daar stond de Rus plots voor hem, Jan riep de wachtcommandant en samen hebben zij hem weer ingesloten. Hoe kon dit nu? De deur was op slot geweest, de enige mogelijkheid was de smalle opening boven de deur. Maar goed dat de buitendeur afgegrendeld was anders was de vogel gevlogen geweest. In overleg met de politie werd hij de volgende nacht ingesloten, maar jawel hoor, de volgende morgen stond hij weer in het gangetje. Dit was toch wel al te gek. De gevangene werd weer ingesloten, geboeid en een autopet die in de schuur werd gevonden werd op de rug vast gekoppeld. Maar ook deze gaf geen zekerheid want de volgende dag stond hij weer in de gang. Tijdens deze gebeurtenissen kwam de mijnpolitie van de Staatsmijn Hendrik bij mij aan de deur, namens de hoofdopzichter bovengronds liet men mij weten dat ik onverwijld mijn werk moest hervatten. Er was een tekort aan seingevers, doordat ik mijn werk-zaamheden bij de O.D. moest stoppen weet ik niet, wat ze met de opening boven de celdeur gedaan hebben. Er gingen enkele dagen voorbij maar toen ik op een dag van dagdienst af kwam, kwam mijn vrouw mij op de vaart tegemoet en riep:“Hier is wat loos geweest! Kom maar eens mee, laat die gevangen nu toch gevlucht zijn”. Hij had een gat in een muur gemaakt, het was ongelooflijk het gat was zo groot dat ik er een middelmatig grote bloempot nog niet doorheen kreeg. Iedereen was in rep en roer, nadat de tuinen doorzocht waren hoorden ze hem bij mij op de hooizolder lopen. Er werden enkele waarschuwingsschoten gelost waarna de man zich over gaf. Wanneer de cellen en ook mijn schuur nog voorhanden waren dan had ik u het gaatje en de kogelgaten in de dakpannen nog kunnen aanwijzen.In de avonduren werd de gevangene opgehaald door Amerikaanse M.P. soldaten, de gevangene werd op de motorkap van een jeep gezet en zo zijn ze weggereden.
 

Deel   38 

Enkele dagen nadat de Russchische gevangene was uitgebroken, ben ik toch eens gaan informeren, hoe het mogelijk was dat er niemand iets van het kloppen gehoord had. Adam Verhoren vertelde mij, dat ze het kloppen wel hadden gehoord. Wanneer ze dan polshoogte gingen nemen,zat de man lusteloos op het bed. Met zijn punt van zijn schoenen tikte hij dan tegen de muur. Hij zat met zijn rug tegen de muur, hier bleek later het gat te zitten. Geleidelijk aan werden er steeds meer geallieerde militairen in ons dorp ondergebracht, op zolder onder het beschadigde dak. Er werden steeds meer wapens en ander wapentuig aangedragen, of deze wapens van hun eigen gesneuvelde soldaten waren of ingenomen van de vijand weet ik niet. Al deze wapens werden in de schuur opgeslagen. Veel onrust onder de mensen veroorzaakte de uit Duitsland afkomstige V1 en later de V2 vliegtuigen die richting Engeland vlogen, en waarvan er ook wel eens enkele ergens anders neerkwamen. Er werd ons door de soldaten verteld, dat zolang je het geluid van het vliegtuig kon horen er niets aan de hand was. Op een dag stormden de soldaten de trap af, ze hadden aan het geluid van een vliegtuig gehoord dat het wel eens op ons dorp kon neerstorten. Een van de soldaten rukte mijn vrouw de baby uit haar armen, en kroop toen met de baby onder een langs de muur staande bank. Later bleek het loos alarm geweest te zijn, maar ja, het had ook anders kunnen aflopen. Het was een komen en gaan van verschillende leger eenheden, uit Amerika, Canada en Engeland. Zo was er ook een Schots legerkorps in Schinveld, hun keukenwagen heeft toen op onze binnenplaats gestaan. Op de dorsvloer waren op een morgen een tweetal soldaten bezig hun doedelzak aan het afstemmen. Dit was voor ons de eerste keer dit muziekinstrument van dichtbij te kunnen bekijken. Na enige dagen trokken de soldaten in rijen ven 15 mensen links en 15 mensen rechts, langs de huizen van de Halstraat richting Gangelt.
 

Het heeft op mij een diepe indruk gemaakt, deze jonge mannen met muziek voorop, naar het front trekkend, misschien wel, God weet, de dood tegemoet. Er waren in die tijd ook wel leuke voorvallen, (dit is geen mop maar waar gebeurd) ik heb al eens eerder verteld dat onze kennis van vreemde talen niet zo best was. Gesprekken met onze Amerikaanse bevrijders waren dan ook een fiasco. Zo waren er op een dag bij mijn zwager naast ons in de winkel drie Amerikanen. Mijn zwager en mijn zus probeerden van alles om er achter te komen waarvoor deze mensen gekomen waren. Ik zelf werd er ook bij gehaald, maar wij begrepen hun niet. Toen zei een van de mannen, ( ik schrijf het hier op zoals het mij in de oren klonk): “ Ai kom Bek “, mijn zwager praatte er nog wat doorheen, hij wilde de mensen toch van dienst kunnen zijn. Toen de man weer zei, Ai kom bek, Klonk het woord hem bekend in de oren. Tegen zijn vrouw zei hij die moeten een kom (schaal) hebben, er werd ene koemp uit het slachthuis gehaald maar de soldaten zeiden: “No,no,no” dat begrepen wij toen wel. Weer zeiden de soldaten Ai kom bek, toen begreep mijn zwager het, en zei: “Pierre, help jij Mia even een zinkenteil ( bud) uit de slagerij te halen. Maar dit was het ook niet, nu hoefden wij ons ook niet te schamen dat wij geen Engels spraken, want hun spraken geen Nederlands. Hadden ze nu een snurkend geluid gemaakt en met de wijsvinger langs de keel gegaan dan hadden wij wel begrepen dat het om het slachten van varkens ging. De volgende dag toen ik van werk thuis kwam, en mijn fiets in de waskeuken wilde zetten, liepen daar vijf kanjers van varkens rond. Ze hadden allemaal grote blauwachtige vlekken, dit had ik nog niet eerder gezien. Mijn vrouw vertelde mij dat ze wegens plaatsgebrek de waskeuken maar hadden ontruimd. Na het eten ging ik eens kijken hoe het in de slagerij ging, ze hadden het grootste varken tot het laatste bewaard. Toen ze het varken aan de ring hadden vastgelegd, zette mijn zwager een soort pistool, dat gevuld was met slaghoedje no. 1 aan de kop van het varken.
Hij schoot af maar het varken trok hier niets van aan. Dan maar no. 2, maar weer bleef het varken staan, het derde schot duwde het varken neer, maar weer stond het dier op. Dit had hij nog nooit meegemaakt, het dier met een zware hamer doden zoals het vroeger gebeurde wilde hij niet. Mijn broer Frans had zich intussen ook bij de kijkers gevoegd, Frans, die bij de Douane werkte droeg een pistool, mijn zwager riep: “geef mij dat pistool”, ging op een knie voor het varken zitten en haalde de trekker over. Het varken viel voorover tegen mijn zwager aan die op zijn rug terecht kwam. Een geluk dat hij de trekker van het automatische pistool had losgelaten, want van de schrik had er nog een schot kunnen afgaan.

email: haijdenh@brunssum.net