Deel  39

email: haijdenh@brunssum.net

De varkens hadden aardig huisgehouden in de waskeuken, de cemente vloer hadden ze ongemoeid gelaten, maar aan de uit hout en leem opgebouwde muren hadden ze goed geknabbeld. Wanneer er geen vlechtwerk van hout in die vakken was geweest, waren ze er vast en zeker vandoor gegaan, want het daglicht viel al op verschillende plaatsen naar binnen. Door de omgang met de Amerikaanse soldaten, werd onze kennis van de Engelse taal al beter,en met hulp van het ondergedoken meisje konden wij ons verstaanbaar maken. Onze drie onderduikers, waarvan het meisje nog steeds op het gemeentehuis werkte, konden nog niet naar huis terugkeren, de rest van Nederland was immers nog niet bevrijd. Na 5 mei, toen heel Nederland bevrijd was is het meisje Hetty, vertrokken naar haar geboorteplaats Groningen. Hier trof ze al gauw haar zus, die ook ondergedoken was geweest. Haar vader was al voor de oorlog overleden, en haar moeder werd opgepakt en kwam in een kamp terecht. Lang heeft Hetty gehoopt haar moeder terug te zien. Hetty woont nu met haar echtgenoot in ´T Harde, we hebben over en weer nog steeds contact. Ook het echtpaar “De Lime” is toen terug gegaan naar Amsterdam, waar de man werkzaam was als kok in de joodse Invalide, en voorganger in de kerk. Meneer De Lime hield zich overigens streng aan de joodse wetten en gebruiken, hierdoor ontstonden er weleens strubbelingen in onze verhouding. Het was op een winterse zaterdag, dat mijn vrouw thuis kwam van het boodschappen doen, ze had lang moeten wachten en het was inmiddels donker geworden. Toen ze door de keuken naar binnen ging, riep ze: “Hetty maak toch eens die lamp aan, ik zie toch niets”, “Nee,nee,nee, zei De Lime” dat kan ik ook wel doen.
Ook het vuur in het fornuis was uitgegaan en zaten de twee kindertjes in de kou, want op de sabat werd er door de joodse mensen niet gewerkt. In de paastijd hadden wij de tafel in de woonkamer iets feestelijker aangekleed. Het “goede” koffieservies werd voor deze gelegenheid gebruikt, maar het feest ging maar gedeeltelijk door. Volgens de Lime, en dit zijn zijn woorden," er mag gedurende de paastijd geen porcelein gebruikt worden dat door mensenhanden is aangeraakt", hier hadden wij nog nooit van gehoord. Zij vrouw keek mij aan en haalde de schouders op, Hetty gaf mij een knipoogje alsof ze zeggen wilde, laat maar lopen zo is het nu eenmaal.

email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina
 
    
Deel   40  
 

Dat de heer De Lime zich streng aan de Joodse wetten hield kwam op een dag toch wel erg kras tot uiting. Na de bevrijding zochten de onderduikers uit ons dorp, en uit andere dorpen elkaar op. Zo kwam er een meisje dat in Brunssum was ondergedoken bij ons aan de deur en vroeg naar de fam. De Lime. Het bezoek was echter van korte duur, na enig lawaai op de gang, werd het meisje als het ware de deur uit-getrapt. Wat was er aan de hand? Het meisje had in de tijd dat ze bij haar gastgevers in huis was een ander geloof aangenomen. Dit was bij de heer De Lime niet in goede aarde gevallen, van-daar die uitbarsting. Ik vond het onbehoorlijk dit optreden in mijn woning, waar niemand ooit ge-vraagd werd naar achtergrond van welke aard dan ook, ik heb dan ook met de heer De Lime een hartig woordje gesproken. De twee dochters van het echtpaar De Lime waren opgepakt en naar het kamp Westerborg afgevoerd. van hun werd niets meer verno-men. Na de bevrijding is de heer De Lime meteen gaan speuren naar zijn dochters, zijn zoeken werd beloond, zijn dochter Map zat in het concentratiekamp Oraniënburg en dochter Saar in Theresiënstadt. Nu hun adres bekend was werd er via brieven al snel contact gemaakt met zijn dochters, de eerste brief die ze ontvingen stond vol met belevenissen uit het kamp. Toen yernam hij dat een van zijn dochters in het kamp ook een ander geloof had aangenomen, dit was toch wel het ergste wat hem kon overkomen, hij was nu niet meer te genieten en gaf de schuld aan de kerk met de zich daarin bevin-dende heilige beelden. Omdat de man maar bleef bokken, waren wij blij dat toen in mei 1945 de rest van Nederland ook bevrijd was, de familie hun spullen pakte en vertrok, waarschijnlijk naar Amsterdam.
 Lange tijd hebben wil niets van hun vernomen. maar na ongeveer een jaar ontvingen wij een brief van mevrouw De Lime. Haar beide dochters waren behouden thuis gekomen, ook vroeg ze of haar man misschien bij ons was. De man was al enige dagen niet meer thuis geweest. Wij antwoordden dat de man niet bij ons was geweest, maar dat wij wanneer hij nog zou komen meteen bericht zouden sturen, Enkele dagen later ontvingen wij het bericht dat het stoffelijk overschot van de man uit het IJ was opgevist. Van een van de jongens die bij mijn schoonouders ondergedoken was geweest, vernamen wij dat ook zijn andere dochter een ander geloof had aangenomen,de man kon dit niet verkroppen en kwam zo tot deze daad.
 
email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina