De varkens hadden aardig huisgehouden in de waskeuken, de cemente vloer
hadden ze ongemoeid gelaten, maar aan de uit hout en leem opgebouwde muren
hadden ze goed geknabbeld. Wanneer er geen vlechtwerk van hout in die vakken
was geweest, waren ze er vast en zeker vandoor gegaan, want het daglicht
viel al op verschillende plaatsen naar binnen. Door de omgang met de Amerikaanse
soldaten, werd onze kennis van de Engelse taal al beter,en met hulp van
het ondergedoken meisje konden wij ons verstaanbaar maken. Onze drie onderduikers,
waarvan het meisje nog steeds op het gemeentehuis werkte, konden nog niet
naar huis terugkeren, de rest van Nederland was immers nog niet bevrijd.
Na 5 mei, toen heel Nederland bevrijd was is het meisje Hetty, vertrokken
naar haar geboorteplaats Groningen. Hier trof ze al gauw haar zus, die
ook ondergedoken was geweest. Haar vader was al voor de oorlog overleden,
en haar moeder werd opgepakt en kwam in een kamp terecht. Lang heeft Hetty
gehoopt haar moeder terug te zien. Hetty woont nu met haar echtgenoot in
´T Harde, we hebben over en weer nog steeds contact. Ook het echtpaar
“De Lime” is toen terug gegaan naar Amsterdam, waar de man werkzaam was
als kok in de joodse Invalide, en voorganger in de kerk. Meneer De Lime
hield zich overigens streng aan de joodse wetten en gebruiken, hierdoor
ontstonden er weleens strubbelingen in onze verhouding. Het was op een
winterse zaterdag, dat mijn vrouw thuis kwam van het boodschappen doen,
ze had lang moeten wachten en het was inmiddels donker geworden. Toen ze
door de keuken naar binnen ging, riep ze: “Hetty maak toch eens die lamp
aan, ik zie toch niets”, “Nee,nee,nee, zei De Lime” dat kan ik ook wel
doen.
Ook het vuur in het fornuis was uitgegaan en zaten de twee kindertjes
in de kou, want op de sabat werd er door de joodse mensen niet gewerkt.
In de paastijd hadden wij de tafel in de woonkamer iets feestelijker aangekleed.
Het “goede” koffieservies werd voor deze gelegenheid gebruikt, maar het
feest ging maar gedeeltelijk door. Volgens de Lime, en dit zijn zijn woorden,"
er mag gedurende de paastijd geen porcelein gebruikt worden dat door mensenhanden
is aangeraakt", hier hadden wij nog nooit van gehoord. Zij vrouw keek mij
aan en haalde de schouders op, Hetty gaf mij een knipoogje alsof ze zeggen
wilde, laat maar lopen zo is het nu eenmaal.
Terug naar startpagina
Deel 40
Dat de heer De Lime zich streng aan de Joodse wetten hield kwam op een
dag toch wel erg kras tot uiting. Na de bevrijding zochten de onderduikers
uit ons dorp, en uit andere dorpen elkaar op. Zo kwam er een meisje dat
in Brunssum was ondergedoken bij ons aan de deur en vroeg naar de fam.
De Lime. Het bezoek was echter van korte duur, na enig lawaai op de gang,
werd het meisje als het ware de deur uit-getrapt. Wat was er aan de hand?
Het meisje had in de tijd dat ze bij haar gastgevers in huis was een ander
geloof aangenomen. Dit was bij de heer De Lime niet in goede aarde gevallen,
van-daar die uitbarsting. Ik vond het onbehoorlijk dit optreden in mijn
woning, waar niemand ooit ge-vraagd werd naar achtergrond van welke aard
dan ook, ik heb dan ook met de heer De Lime een hartig woordje gesproken.
De twee dochters van het echtpaar De Lime waren opgepakt en naar het kamp
Westerborg afgevoerd. van hun werd niets meer verno-men. Na de bevrijding
is de heer De Lime meteen gaan speuren naar zijn dochters, zijn zoeken
werd beloond, zijn dochter Map zat in het concentratiekamp Oraniënburg
en dochter Saar in Theresiënstadt. Nu hun adres bekend was werd er
via brieven al snel contact gemaakt met zijn dochters, de eerste brief
die ze ontvingen stond vol met belevenissen uit het kamp. Toen yernam hij
dat een van zijn dochters in het kamp ook een ander geloof had aangenomen,
dit was toch wel het ergste wat hem kon overkomen, hij was nu niet meer
te genieten en gaf de schuld aan de kerk met de zich daarin bevin-dende
heilige beelden. Omdat de man maar bleef bokken, waren wij blij dat toen
in mei 1945 de rest van Nederland ook bevrijd was, de familie hun spullen
pakte en vertrok, waarschijnlijk naar Amsterdam.
Lange tijd hebben wil niets van hun vernomen. maar na ongeveer
een jaar ontvingen wij een brief van mevrouw De Lime. Haar beide dochters
waren behouden thuis gekomen, ook vroeg ze of haar man misschien bij ons
was. De man was al enige dagen niet meer thuis geweest. Wij antwoordden
dat de man niet bij ons was geweest, maar dat wij wanneer hij nog zou komen
meteen bericht zouden sturen, Enkele dagen later ontvingen wij het bericht
dat het stoffelijk overschot van de man uit het IJ was opgevist. Van een
van de jongens die bij mijn schoonouders ondergedoken was geweest, vernamen
wij dat ook zijn andere dochter een ander geloof had aangenomen,de man
kon dit niet verkroppen en kwam zo tot deze daad.
email: haijdenh@brunssum.net