Deel  41  

email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina

Ondanks dat Nederland bevrijd was, was de oorlog nog lang niet afgelopen, het was nog verre van dat. Terwijl er buiten onze landsgrenzen nog hevig werd gevochten, werd er in ons land begonnen met de weder opbouw van gebombardeerde steden, bruggen en gebouwen. Door het Militaire gezag en de politie werden landgenoten die lid waren van een verboden organisatie, en mensen die zich schuldig gemaakt hadden aan verraad opgepakt. Deze actie werd toen ook wel Bijltjesdag genoemd. Onder bewaking, werden de mannelijke delinquenten ingezet bij verschillende werkzaamheden. Op de Stm. Hendrik werden ze met name op de losvloer ingezet als leesjongen aan het leesband. Voor de niet ingewijde lezers even een toelichting, een leesjongen betekende niet dat die een krant of boek mochten lezen. Zoals ik schreef in deel 15, er waren vier kolen-wippers die de naar boven komende kolenwagens leeg kiepten op de schudzeven. Het eerste gedeelte van de zeef was dicht, zodat al het materiaal mooi plat ging liggen, daarna kwamen er gaten van ± 10cm. doorsnede, de kolen die hier doorheen vielen gingen naar de wasserij, de lange of dikkere stukken schoven door naar een 120cm. brede en langzaam lopende stalen leesband. Hier moesten de leesjongens alle ongerechtigheden van de leesband aflezen, want de rest ging in een wagon waarin alleen puur stukkolen geladen mocht worden. Naast de vier leesbanden stonden aan beide zijden drie mijnwagens opgesteld, in een daarvan kwam het hout, de andere was voor steen bestemd, de derde voor de mixkolen, d.w.z. brokken waarvan een deel kolen was, en het andere deel steen. Deze mix ging dan door een breker en vervolgens naar de wasserij. Het andere uitgelezen materiaal zoals, stijlen,voetjes, vloerplaten, ijzer enz. werd gewoon op de grond gegooid, later gesorteerd en doorgestuurd naar het materiaalterrein. De gevangenen die als leesjongen waren ingezet waren herkenbaar aan de blauw geverfde soldaten kleding.
Om ontsnappen te voorkomen werden alle in/en uitgangen bewaakt door gewapende bewakers. Wanneer de gevangenen die ondergronds waren ingezet naar beneden moesten werd eerst de seingever gewaarschuwd, hij zorgde er dan voor dat de kooi (lift) klaar hing, waarna de gevangenen door hun bewakers naar de losvloer werden gebracht waar ze meteen konden instappen. Beneden aangekomen werden ze aan de opzichter of meesterhouwer overgelaten. Aan het einde van de dienst werd er door de toezichthouder de seingever gebeld, vervolgens waarschuwde deze de portier, deze waarschuwde weer de bewakers, eer deze bewakers op de losvloer waren mochten de gevangenen niet naar boven komen. Op maandag werd er aan het begin van de dagdienst de w.c. gepoetst, toen de schoonmaker de deur van de laatste wc open deed zag hij tot zijn verbazing een hoopje kleren liggen. De gewaarschuwde dienstdoende baas belde op zijn beurt de mijnpolitie, het bleken de kleren van een gevangene te zijn. De harde pet lag op het afvoergat van de wc op de potlamp lagen de kleren. Hoe het de man in zijn blootje vergaan is zijn wij nooit te weten gekomen.

email: haijdenh@brunssum.net

Deel   42 
 

Een week na de ontsnapping van een gevangene via de wc,moest  ik op zondag werken als seingever. Ook die dag waren er weer gevangenen afgedaald naar de 730 meter verdieping, halverwegen de dienst hoorde ik hoe er door de verbindingsgang van schacht 1 naar schacht II druk pratende mensen aankwamen.  Het was de mijnpolitie vergezeld van ,  de ondergrondse opzichter en een paar bewakers. Het scheen dat er weer iemand ontsnapt  was, ze vroegen mij of er iemand naar boven gekomen was, dit was niet het geval. Ik had een paar keer de pompenwacht verplaatst van de ene tussen verdieping naar de ander toen merkte ik dat er alweer iemand ontsnapt was. Er werd naarstig naar de man gezocht ,het was bekend dat de man een mijnwerker was uit Echt. Het bleek dat de man goed op de hoogte was van de gang van zaken ondergronds, de zoekers vonden voetsporen op het maaiveld (begane grond) bij de ijzeren deksel die toegang gaf naar de ladder afdeling van deze schacht. Zelf ben ik helemaal niet bekend. in de schachtkoker, maar onlangs heb ik mij door iemand die er meer vanaf wist laten inlichten. Het bleek dat de ladders zigzag door de schacht heen liepen, om de zoveel meter een vloertje, dat men voor de veiligheid als rustplaats kon gebruiken. Deze ladders werden gebruikt in tijd van nood, wanneer ik uitreken dat er per meter vier sporten nodig waren dan had de vluchter om uit 730 meter diepte te komen 2920 sporten moeten nemen, dit leek mij een onmogelijke taak. Wanneer de vluchter deze weg is gegaan dan vind ik het alsnog een prestatie van   jewelste .  Maar ik vernam later dat de man schachthouwer was en de schachten en de seinen goed kende, ik vermoed daarom dat hij op een andere manier tewerk is gegaan. Omdat ik al eens zo`n levensgevaarlijke actie van een ondergronder heb meegemaakt wil ik dat graag even uitleggen.

De Stm. Hendrik had drie schachten, schacht 1a met als hoofdverdieping 537 meter, waar je met een kooi een tussenstop kon maken op de 318 en 401 meter. Schacht  1b  met als hoofdverdieping 636 meter, met tussenstops op 316, 401 en 537 meter. Deze tussen verdiepingen kon je alleen bereiken met de middenkooi en niet met de wandkooien. Schacht II met als hoofdverdieping 730 meter,  hier kon je met de oostkooi naar alle verdiepingen gaan, en niet met de westkooi. Nu die actie van die ondergronder. Het was op een zondagsdienst dat de bankwerker naar de losvloer kwam om af te dalen naar de 401 tussen verdieping, ik vroeg de man of hij de seinen kenden omdat dit niet het geval was heb ik hem deze seinen uitgelegd. Ik vertelde de man, dat hij wanneer hij op de 401 aankomt Halt moest kloppen (1 slag met de seinhamer), na het uitstappen en de deur dicht was 2 slagen als teken dat er niemand meer in de kooi was. Maar terwijl ik aanwijzingen aan het geven was, stond er op de hoofdverdieping iemand die naar boven wilde, hij ziet de wandkooi hangen en zonder mij te bellen om te vragen of hij mocht instappen, klopte hij met de seinhamer Halt. De seinhamer was niet op mijn verdieping ingeschakeld, het sein kwam dus niet bij mij aan. Toen de man in de kooi was gestapt kon hij door een gat in de deur bij de seinhamer komen om zich naar boven te seinen. Het was een geluk dat de kooi door het gesprek met de bankwerker vertraging had opgelopen, anders was de kooi vertrokken terwijl zijn arm nog door het gat stak, dan was de ramp niet te overzien geweest. Omdat ik van dit alles geen weet had, heb ik de kooi volgens de regels naar de 401  geseind, bij aankomst  werd het sein halt geklopt en daarna de twee slagen dat de kooi leeg was. Hierna werd de kooi zoals gebruikelijk was enkele meters lager de schacht in getrokken. Het personenvervoer werd toen twee uur lang met een andere schacht afgewerkt. Toen ik twee uur later weer naar schacht 1 a overging, en daar toevallig de wandkooi boven kreeg, zag ik dat er een lampje brandde.Ik hoorde iemand roepen, en zag  tot mijn verbazing een man zitten.
Deze man vertelde mij het hierboven beschreven verhaal. Door deze ervaring geloof ik ook dat de ontsnapte gevangene is vrij gekomen zonder dat hij de 2920 sporten van de ladders moest gebruiken maar gewoon met een of andere kooi naar boven is gekomen. Zijn vrijheid was echter maar van korte duur, want op het houtterrein waarde man  tussen houtstapels lag te wachten op de duisternis, hebben ze hem ontdekt.
 
email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina