In de oorlogsdagen van 1942 werden er op de Stm. Hendrik plannen gemaakt om op alle bovengrondse afdelingen mensen op te leiden tot EHBO ers. Dit om bij een ongeval eerste hulp te kunnen verlenen. Op de losvloer werden er per dienst 2 mensen aangewezen die deze cursus gingen volgen. Omdat de 2 Seingevers, waartoe ook ik sinds 1942 behoorde, tijdens hun werk meer bewegingsvrijheid hadden en gewend waren de telefoon te bedienen wanneer de baas er niet was, werden zij als cursisten uitgekozen. De eerste EHBO lessen kregen wij van Dhr Leufkens beambte op de Stm. Hendrik, privé was hij leider van het Rode Kruis Brunssum. Later werden de lessen gegeven door de Dhr. de Vries en Dhr. Steijnen, verbandmeesters op deze mijn. Beide bekend met verwondingen en de behandeling hiervan. De lessen werden een keer per week gegeven, een uur na de dagdienst of een uur voor de middagdienst. De lessen bestonden voornamelijk uit verbandleer en het vervoeren van gewonden. Wanneer er ondergronds een ernstig ongeval had plaatsgevonden, kregen wij het door de telefonist te horen. Hoe de gewonde onder de grond werd vervoerd weet ik niet, maar wanneer de man in aantocht was hing de kooi al gereed en kon er meteen ingestapt worden. De seingever waarschuwde dan de ophaalmachinist dat er een draagbaar met een gewonde naar boven kwam, en werd de kooi dan ook langzamer naar boven getrokken. Tijdens het vervoer van de gewonde werden de andere schachten stil gelegd, zodat de dragers ongehinderd naar de trappen konden lopen. Inmiddels was er door de baas van de losvloer al aan de verbandkamer doorgegeven, de grote deur naar de verbandkamer open te maken. De gewonde op de draagbaar werd gedragen door vier koempels van zijn afdeling, deze droegen zware mijnschoenen met van die ronde spijkers onder de zolen. Om in de verbandkamer te komen moesten er drie trappen worden genomen met ongeveer 60 à 70 treden, met deze zware mijnschoenen en de ijzeren noppen was het moeilijk om op de plaatijzerenvloer en trappen op de been te blijven. Om de draagbaar zo horizontaal mogelijk te houden gingen de voorste dragers, wanneer zij de trap af gingen, enkele treden naar beneden om dan de draagbaar op hun schouders te nemen, terwijl de achterste dragers gebukt naar beneden gingen. Op deze manier werd de gewonde dan zo comfortabel mogelijk vervoerd. Op een dag werd er een overleden koempel naar bovengebracht, toen is waarschijnlijk een van de dragers uitgegleden waardoor de anderen uit hun evenwicht raakten, de draagbaar met de overleden koempel schoot de trap af maar bleef in het midden van de smalle trap hangen. Wat een geluk voor de dragers dat het geen zwaar gewonde was, al zullen ze allemaal wel pijnlijke plekken hieraan over hebben gehouden. Toch was het voor de mensen die in de buurt stonden vreselijk om dit te zien gebeuren. Naar aanleiding van dit gebeuren heeft de leiding van de veiligheidsdienst besloten dat het vervoer van een gewonde van af die tijd werd gedaan onder leiding van een EHBO er, dit was ook veiliger omdat wij geen schoenen met spijkers mochten dragen. Ook hoefde men door deze maatregel op het werkpunt geen vier of vijf werknemers uren lang te missen.
Deel 44
Op de dag- en middagdienst liep er op schacht 1 een man rond , die
"man van het vervoer” werd genoemd. Op de dagdienst was dat onze dorpsgenoot
Harie Odekerken en op de middagdienst dhr. Houben uit Schinnen. De beide
heren waren voorman. Wanneer de ploegbazen afwezig waren, werden zij door
de beide heren vervangen. De voornaamste taak van de voorman was het in
de gaten houden van de kolenkiepers. Er moest goed opgelet worden dat de
verschillende kolensoorten goed gescheiden werden, want dit produkt moest
goed en verkoopbaar blijven. De Stm. Hendrik had mager- en vetkolen, later
kwamen er ook ESS kolen en 3/4 kolen bij. Met Harie Odekerken heb ik maar
een paar jaar samengewerkt, toen ging hij met nog andere oudgedienden met
pensioen. Ook opzichter Willem Jacobs en enkele oudere ploegbazen zoals
zijn broer Joep Jacobs en Gus Kuijpers uit Jabeek verdwenen voor en na
van het toneel en werden weer door anderen vervangen. Voorman Houben was
een stuk jonger, een beste man, die de afdeling op zijn duim kende. Een
probleem was dat de man een handicap had, hij was n.l. zeer slecht te verstaan.
Er werd verteld dat hij geen gehemelte in zijn mond had, waardoor bepaalde
klinkers niet tot zijn recht kwamen. De oudere collega's waren er aan gewend
en konden deels door liplezen, deels door gebaren begrijpen wat de man
bedoelde. De plaats van W. Jacobs werd ingenomen door een beambte van een
andere afdeling, en tot ieders verbazing werd dhr.Houben als ploegbaas
aangesteld. Dit had vanwege zijn spraakgebrek niemand verwacht. Verdiend
had hij dat wel, het was een bedrijfsman in hart en nieren. Toch merkte
je dat er al snel problemen kwamen, met de oudere werknemers ging het wel,
de jongeren hadden meer moeite met de voorman. Wanneer er iemand het waagde
om tot tweemaal toe te zeggen ik versta het niet, kon de man zich zo opwinden
dat hij rood aanliep.
Het kon dan ook niet uitblijven dat een geschil met een van de jongere
bedienden zo hoog opliep dat ze mekaar te lijf gingen. De bedieningsman
is toen gaan praten met de vertrouwensman, en deelde hem mede dat, wanneer
er geen verandering zou komen, hij naar de hoofdingenieur zou stappen.
Nadat de vertrouwensman na de nachtdienst met de chef had gesproken werd
ik een paar dagen later op kantoor geroepen. Ploegbaas Houben en baas Crombach
waren ook aanwezig, de chef deelde mij toen mee dat ik tijdens de dienst
zoveel mogelijk in de buurt van dhr:Houben moest blijven. Van die tijd
af moest ik telefoongesprekken aannemen deze met hem bespreken en eventueel
terug bellen. Ook opdrachten aan het personeel op de vloer moest ik namens
Houben overbrengen. Op het kantoor vielen over deze kwestie harde woorden,
want Houben vond dat hij op zekere hoogte‚ monddood werd gemaakt, hier
had hij toch wel moeite mee.Ik vond dit toch wel begrijpelijk, en had het
met de man te doen, je zou maar zo`n handicap hebben.
email: haijdenh@brunssum.net
update 30 nov. 98