Doordat ik als spreekbuis voor onze voorman was aangesteld, kwam ik
toch in een moeilijke situatie terecht. Het viel niet mee om de opdrachten
van de voorman aan de mensen door te geven. Zelf had ik ook grote moeite
om alles te verstaan, vooral de letters G en K vormden voor de man een
probleem. Wanneer er echter grote problemen waren bespraken wij die binnen
in het kantoor. Omdat de voorman het er toch moeilijk mee had, probeerde
ik zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven. Er was op de mijn veel
afgunst onder het personeel, vooral wat betreft de invulling van de taken
en het verschil in salaris, ondanks het feit dat er dezelfde werkzaamheden
werden verricht. In die tijd was het gebruikelijk dat de ploegbazen iedere
vrijdag na de dienst de loonkaarten uitschreven, dit gebeurde aan het loket
van de opzichterskamer bij de loonhal. De loonkaarten werden hierna op
de loonadministratie door de dienstdoende baas afgehaald. Zo kon het gebeuren
dat een dienstdoende baas de kans kreeg om de kaarten van andere collega's
te bekijken, en hij constateerde dat een collega die hetzelfde werk deed
als hij, één cent per uur meer verdiende. Nou, dat nam de
man niet, acht koperen centen per dienst dat was niet niks. Wat er zich
de volgende dag op kantoor afspeelde kunt u wel raden. Het was ook een
vreemde zaak, dat iemand die al jaren voorman was, en vele malen de baas
had vervangen, een cent per uur minder verdiende dan iemand die de afdeling
nog moest verkennen. Het protest van de voorman had als resultaat, dat
die cent er met terugwerkende kracht bij kwam. Eind 1947 ging onze dorpsgenoot
Frens Pagen uit de nu Kan.v. Nuysstraat als eerste seingever op schacht
II, met pensioen. Zijn opvolger werd niet de oudste, maar wel de langst
in dienst zijnde 2e seingever, dat was ondergetekende.
Dit eerste seinmeesterschap bracht een loonsverhoging met zich mee,
in een gezin met vier kinderen was dit dan ook meer als welkom. Ook de
zondagsdiensten die dubbel werden betaald, brachten veel meer geld op.
Maar omdat ik belast was met het begeleiden van de voorman, ging mij deze
positie haast nog langs de neus. De bazen wilden hier eigenlijk niet van
afstappen, toch kwamen ze er niet onderuit mij als 1e seingever in
te zetten omdat ik er recht op had. Vanaf 1 januari 1948 was ik dan 1e
seingever zonder vaste schacht.
Blijf lezen, blijf kijken , ik kom terug
Pierre Rademakers
Deel 46
email: haijdenh@brunssum.net
De problemen over de betaling en verdeling van de taken waren niet zo
snel opgelost. Vooral de verdeling van de zondagsdiensten riep ontevredenheid
op. In het begin werd alles nog in de minne geregeld, maar langzamerhand
kwamen de boze tongen los. Vooral die van de 2e seingever die al langer
dan een jaar het werk deed van de 1e seingever, waar hij alleen een bijbetaling
voor kreeg. In een mijnreglement zou staan, dat wanneer iemand een langere
tijd een hogere functie heeft waargenomen, later in deze functie geplaatst
moest worden. Met dit argument kwam de 2e seingever op de proppen, maar
ook hier bereikte hij niets, omdat er al per dienst 3 seingevers waren
aangesteld ‚en dus compleet .Omdat er tijdens een gesprek met mijn baas
de indruk was gewekt dat ik een andere functie zou krijgen, had ik bijna
gezegd: “ zet mij maar terug naar 2e seingever", maar dan was ik toch wel
tegen mijzelf geweest. Op 1 januari 1951 werd ik aangesteld als voorman
op de losvloer, wat inhield dat het uurloon, als ik me nog goed herinner
2 cent omhoog ging. Ondanks dat ik blij was met erkenning was er ook een
nadeel aan verbonden, ik ging dan wel door de 46 urige werkweek er 92 cent
op vooruit, maar dat viel in het niet met vergoeding van de dubbel uitbetaalde
zondagsdiensten die ik nu misliep. Mij werd verzekerd dat ze dit nader
zouden bekijken. De ploegbaas met het spraakgebrek had nog steeds een slechte
verhouding met enkele medewerkers, vooral met de collega die een cent per
uur meer verdiende was de verstandhouding niet beter geworden. Al was dit
verschil recht getrokken, toch was de man niet tevreden. Hij had met zijn
rijke ervaring toch zeker nog een cent meer verwacht. Tijdens de aflossing
van de wacht, werd er door beide mannen geen woord met elkaar gewisseld.
Een storing of mankement werd in het rapporten boek geschreven, maar de
soms broodnodige toelichting hierop bleef achterwege.
Dit tot ongenoegen van de directe bazen. Ook de beoordeling van ondergeschikte
door de ploegbaas leidde tot onenigheid. Na een gesprek werd de ploegbaas
overgeplaatst naar het houtterrein, hier was geen stof en lawaai. Voor
de ploegbaas was dit een onverteerbare zaak, waarom moest hij nu juist
het onderspit delven? Dit heeft hij niet kunnen verwerken, na enige tijd
werd de man getroffen door een beroerte, sindsdien heb ik niets meer van
hem gehoord.
Blijf lezen, blijf kijken , ik kom terug
Pierre Rademakers
Update 7 dec.1998