Deel  5
email: haijdenh@brunssum.net

 Wat ik in deel twee schreef over de straatverlichting, daar wil ik nog even op terug komen. Op het Wilhelminaplein bij café
Gelissen stond vroeger een gietijzeren paal van 2½ meter hoog met daarop een vierkant glazen kastje, daarin brandde dan in
de winter een lamp die net zoveel licht gaf als een kaars. Meerdere malen heb ik als kleuter gezien dat er iemand met een kort
laddertje kwam en dit lichtpunt aanmaakte. Later werd er aan deze paal nog een richtingaanwijzer bevestigd. Toch moet er op
het Wilhelminaplein nog een straatlamp gebrand hebben, en wel op hoek Wilhelminaplein - Beekstraat. Voordat ik over de
verlichting verder vertel, eerst nog het volgende. De tijd dat er langs de beek nog geen muurtjes stonden herinner ik mij niet
meer, maar mijn moeder en later ook buurman Frans Kohnen beweerde dat men te paard en wagen door de beek reed. De
eerste muurtjes die ik mij herinner liepen vanaf de brug Kerkstraat aan de platz zijde tot aan de brug Peters, nu Rabobank. Dat
er geen muurjes stonden vanaf de kerk tot aan de brug Jacobs zal wel gelegen hebben aan het feit, dat deze huizen eigendom
waren van de bewoners.

Zie foto nr. 2. ( Op de plats Wilhelminaplein 1924 )
 
 

 

De vroede vaders uit die tijd zullen wel gedacht hebben: " Als die mensen graag een muurtje willen, dan voor eigen rekening".
Voor mijn ouders was dat een hele kluif, hun eigendom liep vanaf meester Geraets tot aan de hoek waar nu bakker Senden zijn
winkel heeft. Voor de kinderen uit die tijd was het geen gemis dat er geen muurtjes stonden, samen met de buurkinderen
speelden wij op de grote binnenplaats. Wanneer het hard regende stroomde het water van de daken van de omliggende huizen
over het erf richting beek. Daardoor kalfde de zijkant van de beek steeds meer af, en konden wij vanaf de kant zo de beek
inlopen.Later toen café Dohmen het gemeentehuis werd zijn ook hier muurtjes geplaatst. Bij mooi weer stroomde er maar
weinig helder water door de beek ( het water van de staatsmijn Hendrik " sjlamwater " was er toen nog niet ). Tijdens hevige
regenval liep de beek dan ook flink vol, in de bocht platz Beekstraat was onder de weg een riool gemetseld. De ingang van dit
riool was maar half open. Mocht de waterstand van de beek te hoog worden, dan kon dit door het riool zich een weg zoeken
naar een beekje dat, tussen de huizen van de fam.Buijsers en fam.Geraets richting de Gaatstraat liep.Zie foto nr. 3.

 

De ingang van het riool is op de foto net even zichtbaar. Het muurtje in de bocht boven het riool was hogerop gemetseld, c.a.
80 cm. boven het wegdek, en 5 meter lang. Wanneer het muurtje er nog zou staan, dan stond het midden op de weg. Midden
op dit muurtje was een gat ter grootte van een drinkbeker, daarin zou dan een staander met een lamp, zo als ik eerder
vermeldde, hebben gestaan. Deze lamp hebben ze moeten weghalen omdat de boeren met hun breed geladen oogstwagens niet
voorbij konden. Ook het muurtje was geen lang leven beschoren.
Op de foto nr. 4.

 
is dat stukje straat vanaf de hoek tot bij Jacobs duidelijk zichtbaar. Links tot aan de beek hadden wij onze tuin plus nog een
flinke strook grond. Deze strook grond is later aan de gemeente verkocht voor woningbouw. Zo is de Beekstraat geworden
wat hij nu is.
 

Deel  6
 
In deel drie schreef ik het merendeel over de zomerse maanden, maar er waren toen ook winters. Die waren behoorlijk streng.
Toch wil ik nu eerst schrijven over mijn eerste schooljaren. Als kleine jongen stapte ik met mijn schortje om naar de (
bewaar-kleuter-school ). Mijn schortje was afgezet met een rand met poppetjes. Om mijn nek droeg ik een blikkentrommeltje,
met daarin een boterham of ander lekkers. De kleuterschool lag achter het zusterklooster op de hoek Wilhelminaplein /
Gaatstraat. De leiding van de school was in handen van de daar wonende kloosterzusters. Daarna ging je naar de grote
jongensschool die aan de Eindstraat lag.
Zie foto nr. 5.

Op deze foto is nog een klaslokaal zichtbaar.Op weg naar school kwam je langs het huis en de brouwerij van de fam.Thissen.
In de wintertijd gebeurde het wel eens dat er uit de goot voor het huis, die richting beek liep, waterdamp omhoog steeg. Dat
warme water vermengd met hopblaadjes, kwam natuurlijk van de brouwerij af. Wij als kinderen staken onze handen dan in dit
warme water, dat overigens helemaal niet lekker rook, om deze te warmen. Een nadeel was dan wel dat je met natte handen
nog een stuk moest lopen eer je op school was. Wat die hele strook waterdamp betreft, het zou tegenwoordig niet meer
mogelijk zijn, het uitzicht voor het verkeer zou dan in beide richtingen belemmerd zijn. De naam de Bruuer is heel wat jaren
beschreven en bezongen. Veel jongeren zullen niet weten wat en wie de Bruuer was. De laatste jaren wordt deze naam in
verband gebracht met de drankenhandel. De ouderen onder ons weten dat er al voor de twintiger-jaren een echte
bierbrouwerij heeft bestaan, onder de naam Cambrinus, met als eigenaars de gebroeders Thissen.
Zie foto nr. 6. ( beide herkenbaar aan strohoed en snor).

 
Staande, de opa van o.a. Ad en Jos Thissen, zittend, een oom van beide. Wanneer er in de winterdag sneeuw was gevallen,
kon je naar hartelust veilig een glijbaan maken. Verkeer was er bijna niet. Zo maakten wij dan ongehinderd een glijbaan die
begon op het einde van de aflopende Halstraat, met een sprongetje makend over de ijsvrije straatgoot steeds verder de Platz
op. Doordat de Platz meer bergaf liep dan nu het geval is, kwam je toch gevaarlijk dicht in de buurt van de open beek. De
ouders die in de buurt woonden kwamen dan met hun asla om erger te voorkomen. Dit werd natuurlijk door ons kinderen niet
in dank afgenomen. Dat het Wilhelminaplein zeker in de buurt van de Beekstraat flink is opgehoogd, kan men nu nog goed zien.
Ons ouderlijk huis, gelegen aan de hoek Beekstraat had vroeger drie trappen om de voordeur binnen te gaan. Nu heeft deze
woning nog geen halve trede meer. Het was enkele jaren na de eerste wereldoorlog dat er in Duitsland, waarschijnlijk als
gevolg van die oorlog, de toenmalige rijksmark flink in waarde daalde. Dit herinner ik mij nog heel goed, al begreep ik toen niet
wat dat betekende. Vanuit Schinveld was het ook een run om over de grens met de klinkende Nederlandse gulden goedkoop
inkopen te doen. Meubilair en andere huisraad was er goedkoop. Of mijn vader toen nog leefde weet ik niet meer maar mijn
moeder ging ook over de grens. Veel geld zal zij niet gehad hebben, maar zij kocht er een tweepersoons bed met spiraal,
matras en een hangklok. Wat ze ervoor betaald heeft weet ik niet, wel dat ze heel wat wisselgeld terug kreeg. Wij vonden
namelijk na haar dood in een laatje een bedrag van negenhonderd- duizend rijksmark. Voordat ik dit bedrag neer schreef heb
ik mij eerst ervan overtuigd of ik dit nog wel in mijn bezit had. Waarom mijn moeder dit geld bewaard heeft weet ik niet,
misschien hoopte ze er nog ooit iets voor terug te krijgen. Omdat ik er al eens twee van heb weggegeven aan iemand als
aandenken, zijn er nu nog zeven lappen van honderdduizend mark in mijn bezit. Zo kan ik er dan ook zorgeloos een tijdje mee
vooruit.
Blijf kijken , blijf lezen , ik kom terug.  Pierre Rademakers

Terug naar startpagina
 
email: haijdenh@brunssum.net