Wat ik in deel twee schreef over de straatverlichting, daar wil
ik nog even op terug komen. Op het Wilhelminaplein bij café
Gelissen stond vroeger een gietijzeren paal van 2½ meter hoog
met daarop een vierkant glazen kastje, daarin brandde dan in
de winter een lamp die net zoveel licht gaf als een kaars. Meerdere
malen heb ik als kleuter gezien dat er iemand met een kort
laddertje kwam en dit lichtpunt aanmaakte. Later werd er aan deze paal
nog een richtingaanwijzer bevestigd. Toch moet er op
het Wilhelminaplein nog een straatlamp gebrand hebben, en wel op hoek
Wilhelminaplein - Beekstraat. Voordat ik over de
verlichting verder vertel, eerst nog het volgende. De tijd dat er langs
de beek nog geen muurtjes stonden herinner ik mij niet
meer, maar mijn moeder en later ook buurman Frans Kohnen beweerde dat
men te paard en wagen door de beek reed. De
eerste muurtjes die ik mij herinner liepen vanaf de brug Kerkstraat
aan de platz zijde tot aan de brug Peters, nu Rabobank. Dat
er geen muurjes stonden vanaf de kerk tot aan de brug Jacobs zal wel
gelegen hebben aan het feit, dat deze huizen eigendom
waren van de bewoners.
Zie foto nr. 2. ( Op de plats Wilhelminaplein 1924 )
De vroede vaders uit die tijd zullen wel gedacht hebben: " Als die mensen
graag een muurtje willen, dan voor eigen rekening".
Voor mijn ouders was dat een hele kluif, hun eigendom liep vanaf meester
Geraets tot aan de hoek waar nu bakker Senden zijn
winkel heeft. Voor de kinderen uit die tijd was het geen gemis dat
er geen muurtjes stonden, samen met de buurkinderen
speelden wij op de grote binnenplaats. Wanneer het hard regende stroomde
het water van de daken van de omliggende huizen
over het erf richting beek. Daardoor kalfde de zijkant van de beek
steeds meer af, en konden wij vanaf de kant zo de beek
inlopen.Later toen café Dohmen het gemeentehuis werd zijn ook
hier muurtjes geplaatst. Bij mooi weer stroomde er maar
weinig helder water door de beek ( het water van de staatsmijn Hendrik
" sjlamwater " was er toen nog niet ). Tijdens hevige
regenval liep de beek dan ook flink vol, in de bocht platz Beekstraat
was onder de weg een riool gemetseld. De ingang van dit
riool was maar half open. Mocht de waterstand van de beek te hoog worden,
dan kon dit door het riool zich een weg zoeken
naar een beekje dat, tussen de huizen van de fam.Buijsers en fam.Geraets
richting de Gaatstraat liep.Zie foto nr. 3.
De ingang van het riool is op de foto net even zichtbaar. Het muurtje
in de bocht boven het riool was hogerop gemetseld, c.a.
80 cm. boven het wegdek, en 5 meter lang. Wanneer het muurtje er nog
zou staan, dan stond het midden op de weg. Midden
op dit muurtje was een gat ter grootte van een drinkbeker, daarin zou
dan een staander met een lamp, zo als ik eerder
vermeldde, hebben gestaan. Deze lamp hebben ze moeten weghalen omdat
de boeren met hun breed geladen oogstwagens niet
voorbij konden. Ook het muurtje was geen lang leven beschoren.
Op de foto nr. 4.
is dat stukje straat vanaf de hoek tot bij Jacobs duidelijk zichtbaar.
Links tot aan de beek hadden wij onze tuin plus nog een
flinke strook grond. Deze strook grond is later aan de gemeente verkocht
voor woningbouw. Zo is de Beekstraat geworden
wat hij nu is.
Deel 6
In deel drie schreef ik het merendeel over de zomerse maanden, maar
er waren toen ook winters. Die waren behoorlijk streng.
Toch wil ik nu eerst schrijven over mijn eerste schooljaren. Als kleine
jongen stapte ik met mijn schortje om naar de (
bewaar-kleuter-school ). Mijn schortje was afgezet met een rand met
poppetjes. Om mijn nek droeg ik een blikkentrommeltje,
met daarin een boterham of ander lekkers. De kleuterschool lag achter
het zusterklooster op de hoek Wilhelminaplein /
Gaatstraat. De leiding van de school was in handen van de daar wonende
kloosterzusters. Daarna ging je naar de grote
jongensschool die aan de Eindstraat lag.
Zie foto nr. 5.
Op deze foto is nog een klaslokaal zichtbaar.Op weg naar school kwam
je langs het huis en de brouwerij van de fam.Thissen.
In de wintertijd gebeurde het wel eens dat er uit de goot voor het
huis, die richting beek liep, waterdamp omhoog steeg. Dat
warme water vermengd met hopblaadjes, kwam natuurlijk van de brouwerij
af. Wij als kinderen staken onze handen dan in dit
warme water, dat overigens helemaal niet lekker rook, om deze te warmen.
Een nadeel was dan wel dat je met natte handen
nog een stuk moest lopen eer je op school was. Wat die hele strook
waterdamp betreft, het zou tegenwoordig niet meer
mogelijk zijn, het uitzicht voor het verkeer zou dan in beide richtingen
belemmerd zijn. De naam de Bruuer is heel wat jaren
beschreven en bezongen. Veel jongeren zullen niet weten wat en wie
de Bruuer was. De laatste jaren wordt deze naam in
verband gebracht met de drankenhandel. De ouderen onder ons weten dat
er al voor de twintiger-jaren een echte
bierbrouwerij heeft bestaan, onder de naam Cambrinus, met als eigenaars
de gebroeders Thissen.
Zie foto nr. 6. ( beide herkenbaar aan strohoed en snor).
Staande, de opa van o.a. Ad en Jos Thissen, zittend, een oom van beide.
Wanneer er in de winterdag sneeuw was gevallen,
kon je naar hartelust veilig een glijbaan maken. Verkeer was er bijna
niet. Zo maakten wij dan ongehinderd een glijbaan die
begon op het einde van de aflopende Halstraat, met een sprongetje makend
over de ijsvrije straatgoot steeds verder de Platz
op. Doordat de Platz meer bergaf liep dan nu het geval is, kwam je
toch gevaarlijk dicht in de buurt van de open beek. De
ouders die in de buurt woonden kwamen dan met hun asla om erger te
voorkomen. Dit werd natuurlijk door ons kinderen niet
in dank afgenomen. Dat het Wilhelminaplein zeker in de buurt van de
Beekstraat flink is opgehoogd, kan men nu nog goed zien.
Ons ouderlijk huis, gelegen aan de hoek Beekstraat had vroeger drie
trappen om de voordeur binnen te gaan. Nu heeft deze
woning nog geen halve trede meer. Het was enkele jaren na de eerste
wereldoorlog dat er in Duitsland, waarschijnlijk als
gevolg van die oorlog, de toenmalige rijksmark flink in waarde daalde.
Dit herinner ik mij nog heel goed, al begreep ik toen niet
wat dat betekende. Vanuit Schinveld was het ook een run om over de
grens met de klinkende Nederlandse gulden goedkoop
inkopen te doen. Meubilair en andere huisraad was er goedkoop. Of mijn
vader toen nog leefde weet ik niet meer maar mijn
moeder ging ook over de grens. Veel geld zal zij niet gehad hebben,
maar zij kocht er een tweepersoons bed met spiraal,
matras en een hangklok. Wat ze ervoor betaald heeft weet ik niet, wel
dat ze heel wat wisselgeld terug kreeg. Wij vonden
namelijk na haar dood in een laatje een bedrag van negenhonderd- duizend
rijksmark. Voordat ik dit bedrag neer schreef heb
ik mij eerst ervan overtuigd of ik dit nog wel in mijn bezit had. Waarom
mijn moeder dit geld bewaard heeft weet ik niet,
misschien hoopte ze er nog ooit iets voor terug te krijgen. Omdat ik
er al eens twee van heb weggegeven aan iemand als
aandenken, zijn er nu nog zeven lappen van honderdduizend mark in mijn
bezit. Zo kan ik er dan ook zorgeloos een tijdje mee
vooruit.
Blijf kijken , blijf lezen , ik kom terug. Pierre Rademakers