Deel 51           Update 28 dec. 1998
email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina

Mijn buurman in het rechter bed knapte tamelijk goed op. Hij was weer in staat alleen naar de wc te gaan en zichzelf te wassen. Ook liep hij vaker de gang op en af, om zoals hij zelf zei, te testen waartoe hij nog in staat was. De standaard met de vloeistof moest hij steeds meenemen, want de toevoer mocht niet onderbroken worden. Maar na een paar dagen kreeg hij een totale inzinking, hevige hoestbuien en ademnood waren het gevolg. Het leek mij een angstig gevoel, die benauwdheden, vooral ´s nachts, dit bevestigde hij dan ook. Hij werd met de dag hulpbehoevender, natuurlijk waren er de nodige verplegers in de buurt. 'S Morgens was er voldoende personeel aanwezig, maar in de namiddag en avond waren er slechts twee verplegers op deze uitermate zware afdeling. Het duurde dan ook langer eer er op de zoemer gereageerd werd. Ik besloot toen om de man zo veel mogelijk bij te staan. De hoestbuien waren vaak niet aan te horen. De standaard met vloeistof stond aan de linkerkant, wanneer hij dan iets moest pakken aan de rechterkant ging dit moeizaam. Door de bewegingen begon het alarm van het toestel luid te piepen, en gaf aan dat de toevoer naar het lichaam gestremd was. Dit vond hij dan erg  vervelend, omdat wij hierdoor
´s nachts wakker werden. Zelf werd ik wakker wanneer het toestel twee of drie pieptonen had laten horen. Ik stond dan op en keek of er een slangetje klem zat, wanneer dat niet het geval was riep ik een verpleger. Ook hielp ik de man wanneer hij naar de wc moest, dit was maar van korte duur. De toestand van de man verslechterde zo dat hij niet meer zonder zuurstof kon. In de tweede week van mijn verblijf in het ziekenhuis verontschuldigde de man zich. Hij was doodop, en wilde liever geen gesprekken meer aanknopen. Mijn andere kamergenoot en ik hielden ons hieraan, en zo hielp ik hem stilzwijgend met alles wat hij nodig had. De doktoren die rond elf uur de ronde deden beraadden zich over de toch wel snelle achteruitgang van de patiënt en besloten de volgende dag de man verder te onderzoeken.
Blijf kijken, blijf lezen,ik kom terug.
PIERRE RADEMAKERS

email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina

 
Deel 52
De volgende morgen werd mijn doodzieke buurman in een rolstoel gehesen, deze  rolstoel  was voorzien van een zuurstoffles. De standaard met vloeistof stond op het voetenplankje, zo werd de man naar het  onderzoek gebracht. Toen hij na anderhalf uur weer terug werd gebracht was hij doodop. Eigenlijk moest hij nog verzorgd worden, maar hij smeekte de verplegers de verzorging uit te stellen. Tijdens de visite van de dokters ontdekte een van de vrouwelijke assistentes dat er in het spuugbakje zwarte proppen zaten. Dit ondanks dat de man al meer dan dertig jaar van de mijn af was. Ze vroeg aan de dokter of dit nog mogelijk was na al die jaren. Na. deze ervaring gingen mijn gedachten uit. naar mijn eerste werkjaren, de tijd dat ik zelf met het stof ben omgesprongen. Tijdens de bouw van het klooster niet zo, maar toen ik later tijdens de bouw van de bioscoop de cement zakken moest uitkloppen wel. De uitgeklopte cementzakken moesten apart gebundeld worden, een deel van de zakken kwam van de fabriek Dijkerhof de andere van Portland. Na veelvuldig gebruik was de opdruk  slecht te lezen  maar gelukkig had de ene firma rode en de andere groene opdruk.Tijdens het uitkloppen van de zakken kwam er iemand die zei dat ik ermee moest stoppen, wat bleek, ik stond aan de verkeerde kant en doordat de wind in mijn richting waaide kwam alle stof in mijn richting. Mijn kleding zat dan ook onder het stof maar wat erger was, dat ik de stof ook nog inademde. Verder dacht ik aan de tijd, begin dertiger jaren toen ik op de losvloer op de Stm. Hendrik werkte.  Hier  werd  ik  op verschillende  plaatsen  ingezet, voor  de  bediening  van  de steenwipper of kolenwipper. Bij de kolenwipper kwam niet zo veel stof vrij omdat de kolen heel voorzichtig door de schudzeef gekiept werden. De steenwipper,daar vielen de kolen wanneer de bunkers leeg waren zo'n 5 á 6 meter naar beneden. Door de luchtdruk kwam er wanneer de kolen droog waren een stofwolk naar boven die vrij lang bleef hangen.Je stond er dan midden in, ontwijken ging niet want je had de zorg voor drie lopende kettingbanen die lege wagens maar ook wagens met stenen bleven aanvoeren. Om het stof iets te weren bond ik weleens een dubbelgevouwen  zakdoek voor mijn neus. Wanneer ik de zakdoek afdeed zat er een laag grijs stof op, een teken dat het toch iets tegenhield. Maar men beweerde dat je het gevaarlijke stof even goed  inademde  ondanks  de bescherming door de zakdoek.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom

PIERRE RADEMAKERS
 
email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina