Mijn buurman in het rechter bed knapte tamelijk goed op. Hij was weer
in staat alleen naar de wc te gaan en zichzelf te wassen. Ook liep hij
vaker de gang op en af, om zoals hij zelf zei, te testen waartoe hij nog
in staat was. De standaard met de vloeistof moest hij steeds meenemen,
want de toevoer mocht niet onderbroken worden. Maar na een paar dagen kreeg
hij een totale inzinking, hevige hoestbuien en ademnood waren het gevolg.
Het leek mij een angstig gevoel, die benauwdheden, vooral ´s nachts,
dit bevestigde hij dan ook. Hij werd met de dag hulpbehoevender, natuurlijk
waren er de nodige verplegers in de buurt. 'S Morgens was er voldoende
personeel aanwezig, maar in de namiddag en avond waren er slechts twee
verplegers op deze uitermate zware afdeling. Het duurde dan ook langer
eer er op de zoemer gereageerd werd. Ik besloot toen om de man zo veel
mogelijk bij te staan. De hoestbuien waren vaak niet aan te horen. De standaard
met vloeistof stond aan de linkerkant, wanneer hij dan iets moest pakken
aan de rechterkant ging dit moeizaam. Door de bewegingen begon het alarm
van het toestel luid te piepen, en gaf aan dat de toevoer naar het lichaam
gestremd was. Dit vond hij dan erg vervelend, omdat wij hierdoor
´s nachts wakker werden. Zelf werd ik wakker wanneer het toestel
twee of drie pieptonen had laten horen. Ik stond dan op en keek of er een
slangetje klem zat, wanneer dat niet het geval was riep ik een verpleger.
Ook hielp ik de man wanneer hij naar de wc moest, dit was maar van korte
duur. De toestand van de man verslechterde zo dat hij niet meer zonder
zuurstof kon. In de tweede week van mijn verblijf in het ziekenhuis verontschuldigde
de man zich. Hij was doodop, en wilde liever geen gesprekken meer aanknopen.
Mijn andere kamergenoot en ik hielden ons hieraan, en zo hielp ik hem stilzwijgend
met alles wat hij nodig had. De doktoren die rond elf uur de ronde deden
beraadden zich over de toch wel snelle achteruitgang van de patiënt
en besloten de volgende dag de man verder te onderzoeken.
Blijf kijken, blijf lezen,ik kom terug.
PIERRE RADEMAKERS
Deel 52
De volgende morgen werd mijn doodzieke buurman in een rolstoel gehesen,
deze rolstoel was voorzien van een zuurstoffles. De standaard
met vloeistof stond op het voetenplankje, zo werd de man naar het
onderzoek gebracht. Toen hij na anderhalf uur weer terug werd gebracht
was hij doodop. Eigenlijk moest hij nog verzorgd worden, maar hij smeekte
de verplegers de verzorging uit te stellen. Tijdens de visite van de dokters
ontdekte een van de vrouwelijke assistentes dat er in het spuugbakje zwarte
proppen zaten. Dit ondanks dat de man al meer dan dertig jaar van de mijn
af was. Ze vroeg aan de dokter of dit nog mogelijk was na al die jaren.
Na. deze ervaring gingen mijn gedachten uit. naar mijn eerste werkjaren,
de tijd dat ik zelf met het stof ben omgesprongen. Tijdens de bouw van
het klooster niet zo, maar toen ik later tijdens de bouw van de bioscoop
de cement zakken moest uitkloppen wel. De uitgeklopte cementzakken moesten
apart gebundeld worden, een deel van de zakken kwam van de fabriek Dijkerhof
de andere van Portland. Na veelvuldig gebruik was de opdruk slecht
te lezen maar gelukkig had de ene firma rode en de andere groene
opdruk.Tijdens het uitkloppen van de zakken kwam er iemand die zei dat
ik ermee moest stoppen, wat bleek, ik stond aan de verkeerde kant en doordat
de wind in mijn richting waaide kwam alle stof in mijn richting. Mijn kleding
zat dan ook onder het stof maar wat erger was, dat ik de stof ook nog inademde.
Verder dacht ik aan de tijd, begin dertiger jaren toen ik op de losvloer
op de Stm. Hendrik werkte. Hier werd ik op verschillende
plaatsen ingezet, voor de bediening van de
steenwipper of kolenwipper. Bij de kolenwipper kwam niet zo veel stof vrij
omdat de kolen heel voorzichtig door de schudzeef gekiept werden. De steenwipper,daar
vielen de kolen wanneer de bunkers leeg waren zo'n 5 á 6 meter naar
beneden. Door de luchtdruk kwam er wanneer de kolen droog waren een stofwolk
naar boven die vrij lang bleef hangen.Je stond er dan midden in, ontwijken
ging niet want je had de zorg voor drie lopende kettingbanen die lege wagens
maar ook wagens met stenen bleven aanvoeren. Om het stof iets te weren
bond ik weleens een dubbelgevouwen zakdoek voor mijn neus. Wanneer
ik de zakdoek afdeed zat er een laag grijs stof op, een teken dat het toch
iets tegenhield. Maar men beweerde dat je het gevaarlijke stof even goed
inademde ondanks de bescherming door de zakdoek.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom
PIERRE RADEMAKERS
email: haijdenh@brunssum.net