Terug naar startpagina
De Oudere Generatie aan het woord.
De werkzaamheden aan de steenwipper waren niet echt zwaar, je hoefde
dus niet diep adem te halen. Wanneer de stenen in hoog tempo gekiept waren,
was de hele omgeving, wanneer de stof was neergedaald, wit/grijs gekleurd.
In je neus en keel voelde het aan alsof je keelpijn kreeg. Ook door het
drinken van een paar flinke slokken water was dit niet te verhelpen. Aan
het einde van de dienst snoof ik dan snuiftabak op, deze droeg ik altijd
in een doosje bij me. Ook werd er wel eens sneeuwberger gesnoven, dit spul
werkte veel actiever dan niespoeder. Zo maakte je dan je neus stofvrij,
tijdens het douchen liet ik dan mijn mond vol water lopen om al gorgelend
mond en keel te spoelen. Van ondergronders die in de steenafdeling werkte
kreeg ik de raad, naar het melkhuisje dat voor het hoofdgebouw stond te
gaan. Om daar enkele bekers melk te drinken, maar dit bracht ook geen verlichting.
Al deze herinneringen gingen mij door het hoofd toen ik aan het bed stond
van de silicosepatiënt en toen de dokter mij zei dat ik ontslagen
zou worden uit het ziekenhuis maar dat ik me wel nog moest melden voor
een onderzoek door middel van een scanner. Gelukkig is uit dit onderzoek
gebleken dat mijn ziekte niet het gevolg is van de stof .
Blijf kijken, blijf lezen ik kom terug.
PIERRE RADEMAKÉRS
Deel 54
De Oudere Generatie aan het woord.
In de dertiger jaren, toen ik begon op de mijn, werd er niet veel gedaan
aan stofbestrijding. Er werden in die tijd ringvergaderingen gehouden,
tijdens deze vergadering konden de vertrouwensmannen van de verschillende
afdelingen hun zegje doen. Tijdens een ochtend dienst zag ik in de verbindingsgang
tussen schacht II naar schacht 1 een vertrouwensman van de ondergronders
lopen. Deze man had tijdens zo'n vergadering al vaker gewezen op zaken
die onder de grond niet in orde waren. B.v. wanneer er olie, water en in
de winter ijs op de vloer lag waardoor de ondergronders, toen nog met spijkers
onder de schoenen, konden uitglijden. Toen hij door de verbindingsgang
liep zag hij dat er op schacht 1 een grijswitte stofwolk hing. Hij stapte
meteen naar een van de bazen, ik kon het gesprek niet ver staan maar begreep
dat het over de stof ging. Tijdens de vergadering werd dit dan ook
voorgelegd. Ook werd er namens de bedieningsmensen op de losvioer gevraagd
om een extra vergoeding in verband met de stof te krijgen. Hun was n.l.
ter oren gekomen dat de ondergrondse werknemers deze ook ontvingen. Na
een week wachten kwam er bericht dat een commissie dit zou komen beoordelen.
Het zou nog wel een week kunnen duren maar het moest nog goed geregeld
worden. Nemen jullie het maar van mij aan, het was heel goed geregeld.
Zelf ben ik er niet bij geweest, maar van de vertrouwensman hoorde
ik, dat toen de commissieleden kwamen kijken er naar ondergronds gebeld
werd, dat de wagens met stenen naar boven konden komen. Toen de eerste
wagens boven kwamen zagen de bedieningsmensen tot hun grote verbazing het
water van alle kanten uit de wagens spatten. Dit was nog nooit gebeurd.
Toen de laatste wagen gekiept was kwam het oordeel, geen stof op de losvloer.
Vervolgens gingen ze naar de zeverij onder de losvloer, toen kwamen zij
wel in de kolenstof terecht. De vertrouwensman attendeerde de heren hierop.
Hij kreeg toen als antwoord, dit is geen stof. De vertrouwensman die toch
al woedend was over de plotseling natte stenen snauwde toen, dan is dit
zeker cacao die hier rond dwarrelt.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
PIERRE RADEMAKERS