De Oudere Generatie aan het woord
In mijn vorig artikel schreef ik hoe het in zijn werk ging met dat hoofdpersonenvervoer.
Nadat iedere seingever de 2 x 4 slagen had doorgegeven, wat einde personenvervoer
betekende, werden de deuren op alle etages gesloten. De sleutels werden
ingeleverd bij de seingever. Dan mocht er met het kolenvervoer begonnen
worden. Vervolgens werden de kooideuren aan de voor en achterkant uitgehangen.
Twee lege wagens werden er dan op deze etage in de kooi neergezet. Dit
gebeurde ook met de andere kooi die beneden was, met het verschil dat ze
daar twee volle wagens op die etage neerzetten.
Als men, ondergronds en bovengronds, dit gedaan had, gaf men als teken
twee slagen en zette de machinist de volgende etage voor. De bovengenoemde
handelingen herhaalden zich tot dat alle vier de etages belast waren.
Wanneer dat allemaal gebeurd was barstte door de drie schachten, plus
minus 7,5 uur lang, de kolenopvoer in alle hevigheid los. Wanneer de onderste
etage van de opkomende kooi met kolen bijna gelijk met de losvloer aankwam,
schoot de "wagenduwer" met de twee lege wagens al naar voren en duwde zo
de twee volle wagens van de kooi af.
Op de volgende etage moest de kooi nog 20 cm zakken dan botsten de
wagens al tegen de volgende twee volle op enz.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
PIERRE RADEMAKERS
Deel 60
Voor veel lezers is het misschien wel interessant te weten hoeveel wagens
materiaal van ondergronds naar boven kwamen. In de tijd dat de seingevers
de wagens nog met de hand moesten tegen houden kwamen er per schacht
± 200 wagens per uur. Op een werkdag van 7,5 uur waren er dat 1500
wagens per schacht, met drie schachten kwamen er dus 4500 wagens. Op de
dag en middagdienst samen dus 9000. Tijdens de nachtdienst werd ook nog
2 a 3 uur nagevorderd zoals dit genoemd werd, wat nog 1500 wagens materiaal
opleverde. Alles bij elkaar dus meer dan 10.500 wagens per dag. Deze wagens
waren niet allemaal met kolen beladen, ongeveer 300 wagens bevatten stenen
en oud materiaal. Bij deze 10.500 wagens bleef het niet, de delvers in
de pijlers werden steeds meer onder druk gezet om de productie op te voeren.
Na niet lange tijd kwamen er rond 12000 wagens per dag.
Gelukkig hadden ze op schacht II in de kooien pallen gemaakt en in
de kooien van schacht la en 1b karretjes ontworpen die je niet meer met
de hand tegen-gehouden hoefden te worden. Zo werd ook de druk voor de seingever
en ophaalmachinist groter. Het moest allemaal sneller, met het gevolg dat
er meer risico's werden genomen. Wanneer de tweede lege wagen nog niet
helemaal in de kooi stond gaf je al het sein voor de volgende etage, de
wagen kreeg dan een opdonder van jewelste wanneer je dan niets hoorde kraken
dan werd er doorgegaan. Als de kooi dan beneden aankwam en alles liep verder
goed, dan liet je telkens een zucht van verlichting. Ik herhaal nog eens
het was 7,5 uur werken onder deze spanning.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
PIERRE RADEMAKERS