De Oudere Generatie aan het woord
De Oudere Generatie aan het woord
Deel 70
Van de enigszins overstuur zijnde seingever Wil Peters kreeg ik te horen
dat er na half vier die middag twee beambten, een uit de werkplaats en
een uit de tekenkamer bij hem kwamen met de mededeling dat ze enkele metingen
moesten doen boven in de schacht bok. Daar hadden ze het dak van de Oostkooi
voor nodig. Dit karwei zou niet veel tijd in beslag nemen, zo zei men.
Het dak van deze kooi werd met de losvloer gelijk gezet en de veiligheidsmaatregelen
werden genomen. Met de twee mensen en hun apparatuur werd de kooi helemaal
naar boven getrokken. Tot zover de uitleg van Peters. Er was eigenlijk
niet zo veel aan de hand.
Het grote probleem was eigenlijk dat er om deze tijd ondergronds mensen
aan de schacht stonden die hun dienst erop hadden zitten. Deze wilden natuurlijk
het liefst meteen naar boven, maar wanneer ze met de schacht-telefoon naar
boven belden kregen ze te horen dat ze nog moesten wachten tot de metingen
klaar waren. Ik had mijn voorganger al voor vier uur aangeboden dat hij
gerust naar huis kon gaan, maar dat deed hij niet. Het was alsof hij zich
als eerste seingever verantwoordelijk voelde voor het geen wat er gaande
was. Het was inmiddels vier uur geworden. Mijn dienst was dus begonnen.
Toen ik de telefoon op nam, ik vertel het u geachte lezers, het was verschrikkelijk,
er kwam een gevloek en geketter op mij af. Ik probeerde te zeggen dat het
niet aan de seingevers lag maar kreeg de kans niet eens en hing maar op.
Peters was ondertussen toch maar naar huis gegaan Toen ik na een minuut
of vijf weer de telefoon opnam kreeg ik weer zo'n lading verwensingen over
me heen. Toch hadden de mensen groot gelijk dat ze zo tekeer gingen. Want
zoals ik al eens eerder schreef was er het voorschrift dat ten alle tijden
een schacht beschikbaar moest zijn voor personenvervoer. Dit voorschrift
werd door de beide heren aan hun laars gelapt.
Blijf kijken. blijf lezen. ik kom terug.
Pierre Rademakers
email: haijdenh@brunssum.net