De Oudere Generatie aan het woord
Na dat alles weer zijn gangetje ging, verwachtte ik dat er in de loop
van de dienst iemand zou komen om te praten over dat gene wat er was voorgevallen.
En dat ik kon uitleggen wat er allemaal mis was gegaan. Dit gebeurde niet.
Zelf zat ik er de hele dienst nog mee, niet zo zeer met hetgeen er gebeurd
was, maar wel met hetgeen dat er had kunnen gebeuren. Dat die vier ondergronders
de schachtdeur hadden open gemaakt en zonder toestemming op de westkooi
waren gestapt. Best mogelijk dat de overige ondergronders dit ook van plan
waren. Deze zagen opeens een flits en weg was de kooi, aan hun neus voorbij
naar boven. Niet alleen de vier hadden alle geluk van de wereld gehad,
maar ook van degene die het dichtst bij de schachtopening stonden, hadden
er een of meerdere tientallen meters naar beneden kunnen vallen. Hier liep
ik de hele dienst over te piekeren, ook na de dienst. 's Nachts lieten
mij deze gedachten nog niet los. De volgende morgen even na half negen
rinkelde de huisbel en daar stond de mijnpolitie voor mijn deur. Er werd
gevraagd of ik Rademakers was zo ja, dan werd ik verzocht mij om vier uur
te melden in de opzichterskamer van Stm. Hendrik. Over de reden hier van
hoefde ik niet lang na le denken. Dat de mijnpolitie deze boodschap kwam
brengen kwam door het feit dat in de tijd voor en na de oorlog een telefoon
niet het hoogst nodige was in de huishouding. Mijn plan om in en om het
huis te gaan karweien viel hier door in het water. Ik ging me dus maar
weer verkleden om aan dit verzoek te voldoen. Ik stond met mijn fiets al
klaar om te vertrekken, toen ik aan de seingever dacht die ik had afgelost,
Wiel Peters. Zouden ze hem ook hebben opgeroepen? Omdat ik wist dat hij
ook geen telefoon bezat, hoefde ik niet lang na te denken en verlegde mijn
route richting Merkelbeek En jawel hoor, ook hij moest zich melden, en
zo vertrokken wij samen naar de mijn Hendrik.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers
De Oudere Generatie aan het woord
Deel 74
Samen met Wiel Peters bij de Stm. Hendrik aangekomen, gingen wij de
opzichterskamer binnen. Omdat wij aan de vroege kant waren en er nog niemand
aanwezig was namen wij er toch maar plaats. De benaming opzichterskamer
stamde nog uit de begin jaren van Stm. Hendrik. Deze kamer bevond zich
in het oude voorgebouw, maar in het nieuwe gebouw was het een zaal geworden.
Aan het einde van de opzichterskamer/zaal bevond zich het kantoor van de
chef ondergronds bedrijf en de hoofdopzichter. Om tien uur werden wij dit
kantoor binnen geroepen, aan een tafel zaten beide genoemde heren en ook
nog enkele andere heren die ik wel van gezicht kende maar niet van naam.
Eerst mocht Peters zijn verhaal doen, hij legde uit dat hij de twee beambten
die metingen moesten doen gewaarschuwd had, betreffende het personen-vervoer
om vier uur. Ook dat hij verbolgen was over het irriterende gebel van ondergronds
wat uiteindelijk ook geen oplossing bracht. Toen sprak de chef ondergronds
en zei: "Jullie seingevers willen op het einde van de dienst niet te veel
lastig worden gevallen, en ik weet hoe dat dan gaat, dan wordt alles "voor
de vot gestoten" en dan snel naar huis." Dit liet Peters zich niet op het
brood smeren, en zei dat het meer dan vijf minuten over vier was toen hij
naar huis ging. Ik van mijn kant uit kon dit bevestigen. Hiermee verplaatste
het gesprek zich in mijn richting. er werd mij verweten waarom ik niet
alle ondergronders met de Oostkooi naar boven wilde hebben. Mijn antwoord
was: "in dit geval had ik niets te willen, er was beneden een seingever,
wie dan ook, die dit moest regelen .Ik hoefde boven maar te wachten op
het sein van beneden , en dit door te seinen naar de ophaalmachinist."
Maar, zo sprak de chef, ondergronds wilde men graag de volgende etage hebben
om de overige mensen te laten opstappen. Dan moeten ze niet, zo zei ik,
tot driemaal toe het sein 1+2 geven, daar is een ander sein voor. Bij 1-1
+2 dan wordt de kooi langzaam naar boven getrokken en wanneer dan de volgende
etage voorkomt, dan halt kloppen en dan had iedereen rustig kunnen Instappen,
dat is de normale gang van zaken.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers