De Oudere Generatie aan het woord
Aan het einde van mijn vorig artikel kondigde ik u aan dat ik bewust
een fout had gemaakt. Het zal u vreemd in de oren klinken maar toch was
het zo. Nu durf ik dit gerust op papier te zetten, de Stm. Hendrik bestaat
niet meer. Ook zijn degene die hier mee te maken hadden niet meer in leven,
en zal mij niemand meer op het matje roepen.
Wat er aan die bewuste fout, die overigens voor mij ernstige gevolgen
had kunnen hebben, vooraf ging is het volgende. Het was op het einde van
de veertiger jaren, als lid van de Fanfare hadden wij zoals gewoonlijk
op zondag morgen repetitie. Op die bewust zondag, toen ik in de fout ging,
hadden wij repetitie onder leiding van dirigent v.d. Berg, naast enkele
andere werken, werd ook het prachtige werk "Marche Des Incas" goed doorgenomen.
Dit werk was geen loop of concertmars, maar een werk waar een verhaal aan
vast zat. Het verhaal van de intocht de Incas. Een zeldzaam mooi stuk,
heus geen gemakkelijk werk. Leo Hendriks speelde op jonge leeftijd de 1ste
tuba, hij had de plaats van zijn toen pas overleden vader overgenomen.
Samen met Leo had ik op de 1ste bariton een belangrijk aandeel in dit genoemde
werk. De oud leden uit die tijd zullen zeker nog wel weten waar ik het
over heb. Bij dit soort muziekwerken waren de partituren van 1ste Tuba
en 1ste bariton ongeveer van de zelfde inhoud, zo ook bij dit werk waar
een paar prachtige solo's in verwerkt waren. Ik dacht laat Leo deze solo's
maar alleen doen, maar die vlieger ging niet op. Van de dirigent moest
ik die passages mee instuderen, want zo zei hij, stel dat bij een uitvoering
Leo een niest of hoestbui, dan wel een weigerend ventiel kreeg,
dan kon je dit werk niet stop zetten en moest dus gewoon doorgaan. Zo maakte
hij mij toch nog belangrijk. Op die bewuste zondag voor een muziekfeest
in Schinveld liep tijdens de repetitie alles als gesmeerd, Leo en ik voelde
elkaar in de solo's goed aan en iedereen was dik tevreden. Zelf zat ik
echter diep in de put, want ik kon 's avonds tijdens de uitvoering niet
aanwezig zijn omdat ik die middag moest werken. De voorzitter had ik al
ingelicht, maar aan de groep wilde ik het niet kenbaar maken, zij zouden
het niet kunnen begrijpen , dat ik daar niet onderuit kon. Ook de dirigent
werd hiervan niet in kennis gesteld. De rest vertel ik volgende week.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers
De Oudere Generatie aan het woord
Deel78
Na het middagmaal, zo rond drie uur, fietste ik richting Stm. Hendrik.
Onderweg speelde ik met de gedachte om het stuur om te gooien en naar huis
te gaan. Zou ik mij ziek melden? Maar nee dat kon ik toch niet maken, dan
moest de mijnpo-litie of een andere bode een reserve seingever die wachtdienst
had gaan ophalen. Omdat dit dan enige tijd zou duren, mocht de seingever
van de dagdienst niet eerder naar huis tot de aflossing aan-wezig was.
Ook zou het finan-cieel een flinke aderlating zijn voor mijn groot gezin,
dus toch maar door fietsen. Bij de Hen-drik aangekomen, kleedde ik mij
om en nam het werk van mijn voorganger over, en had deze zijn dienst er
op zitten. Er hadden zich inmiddels tien ondergronders om mij heen verzameld
die naar beneden moesten. Normaal waren het twee of drie personen. Omdat
enkele naar een tussen verdie-ping moesten zorgde een meesterhouwer hier
voor. Een uur later kwam deze laatste weer naar boven om mij wat gezelschap
te houden, hij ver-telde mij dat hij om een speci-ale reden als seingever
dienst moest doen, ik meen begre-pen te hebben dat het was voor de bediening
van de hulp schacht naar de 860 me-ter verdieping. Ik vertelde hem over
het concert in eigen ge-meente, waar ik graag bij geweest zou zijn. Nou,
zei de meesterhouwer (seingever).
weet je wat, ga jij maar daar naar toe dan pas ik zolang op. Maar daar
ging ik beslist niet op in, want stel dat er onder-gronds iets ernstigs
gebeurde, dan moest de meesterhouwer beneden zijn, en zou er boven geen
seingever zijn om hulpdiensten enz. naar beneden te seinen. Ze zouden mij
ophang-en , zo zei ik.
Het liep tegen zes uur, om ze-ven uur zou het concert plaats-vinden,
of mijn metgezel het aan mijn gezicht zag, hij drong toch weer aan met
te zeggen:
"Ga maar gerust het komt wel goed, we zijn nu toch met z'n tweeën
normaal moet je het ook alleen doen". Hij stelde mij zo op mijn gemak,
dat ik toch maar de stoute schoenen aan trok en naar huis ging. Ik kleedde
mij om pakte mijn fiets en liep richting uitgang. Met een flink tempo de
vier trapjes op naar de achter deur langs de portiersloge. De portier riep
mijn na, in paniek vloekte ik een paar keer wat voor mij ongewoon was,
en riep tijdens het door lopen: "ze hebben me gebeld, thuis is er grote
ruzie, ik ben zo terug". Of de portier nog iets geroepen heeft weet ik
niet maar ik had de andere deur al open, die vier trapjes af en door de
toen nog oude ingang van de Stm Hendrik naar huis.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers