De Oudere Generatie aan het woord
"Boemelsjicht"
De flessen met jenever, die je van de mijn kreeg, waren niet zo groot,
ik dacht dat het niet meer dan een kwart liter was, voor die drank kon
je ook iets anders kiezen. Wat ik al schreef, er was een drankje samengesteld
waarin wat van die jenever in vermengd was. Het waren vooral de mannen
die daarvan gebruik maakten. Nadat ik ook twee borrelglaasjes had gedronken
was het tijd om naar mijn werk te vertrekken. Ik nam afscheid, maar bij
het verlaten van de kamer riep de vrouw van mijn zwager uit Geleen, of
ik het halfvolle wijnglas met die drank leeg wilde drinken, ze wilden het
ook niet weg gooien. Na dit leeg gedronken te hebben stapte ik op mijn
fiets met de bedoeling de Mariabergstraat af te rijden. Hoe ver ik onderweg
ben geweest? Joost mag het weten. Wel weet ik dat ik met een arm in een
van de latten van het poortje bij de voordeur van mijn schoonouders hing
te bengelen, en dat geprobeerd werd een zoute haring over mijn lippen te
krijgen om zodoende braakneigingen op te wekken. Vanaf nu schrijf ik wat
men mij naderhand verteld heeft. Nadat ik in elkaar was gezakt, hebben
ze mij als het ware voor dood op een bed gelegd met onder en naast mijn
hoofd wat handdoeken voor het geval dat ik zou overgeven. Op mijn werk
maakte men zich zorgen want de aflosser was om 22.O0 uur niet komen opdagen,
hoewel de dienstdoende sein gever nog wel even tijd had eer zijn werktijd
er om 24.00 uur om was. Zal hij wel de portier gebeld hebben die op zijn
beurt de mijnpolitie optrommelde om te gaan kijken waar ik bleef. Nadat
deze op Wilhelminaplein 19 aangebeld hadden en daar niemand wakker was
te krijgen zijn ze naar mijn moeder gegaan die toen woonde om de hoek bij
slagerij Dohmen. Zij vertelde hen dat ze mij, samen met mijn vrouw en de
fiets met werkkleding achterop, had zien weggaan. Ze vroeg nog heel bezorgd
"Er zal toch niets gebeurd zijn?" Toen stuurde ze de politie naar het huis
van mijn schoonouders die wisten misschien meer. Mijn schoonmoeder schrok
wel even, zo laat en dan de politie aan de deur. Eerst probeerde ze de
vraag of ze wist waar ik was te ontwijken, maar even later zei ze toch:"
ik zal u maar de waarheid zeggen, komt u maar met me mee".
Na dat ze zich van mijn arbeidsongeschiktheid overtuigd hadden moesten
ze in allerijl naar Bingelrade om daar een seingever die wachtdienst had
op te halen.
Blijf kijken, blijf lezen ik kom terug.
Pierre Rademakers
Deel 84
De Oudere Generatie aan het woord
Na bijna 43 jaar werkzaam geweest te zijn bij de staatsmijnen was dit
mijn enige verzuimdienst (boemelsjicht). Dit had nog voorkomen kunnen worden
wanneer ik bij mijn positieven was geweest, of wanneer er iemand van familie
het bedrijf had gebeld om een of andere reden van mijn verzuim door te
geven. Dit waren de belangrijkste wapenfeiten in de periode die ik als
seingever heb mee gemaakt te weten: 6 jaar 2e en 3 jaar 1e seingever. Hierna
werd ik op 1 januari 1951 als voorman op de losvloer aangesteld. Nu zullen
jullie wel denken dat ik met deze aanstelling van alle beslommeringen als
seingever op de zondagsdiensten verlost was, maar dat was niet zo. Omdat
er ondergronds meer kolen gedolven werden kwamen er op de nachtdienst meer
wagens met kolen of stenen naar boven. Hierdoor werd de nodige controle
van de schachten verschoven naar de zondagen en moesten de reserves, waartoe
ook ik behoorde, vaker invallen. Voor dit werk moest men overigens medisch
goed gekeurd zijn. Mijn nieuwe taak als voorman was eigenlijk een aanloop
of voorbereiding om in de naaste toekomst de positie van toezichtsman over
te nemen. Omdat ik de enige voorman was op drie diensten, evenals mijn
gepensioneerde voorganger, moest er wanneer een van de andere ploegbazen
afwezig was gewisseld worden van de ene dienst naar de andere. Je had in
het begin als voorman weinig bevoegdheden. Wel het aftekenen van verlofkaarten,
bonkaarten uitschrijven op vrijdag en het invullen van beoordelingslijsten
van de mensen op de vloer enz. behoorden tot mijn taak.
Wat betreft het vervoer dit werd helemaal aan je toevertrouwd.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers