De Oudere Generatie aan het woord
Om deze deels verschroeide en deels met uitgesneden schoenzolen riem
weer bedrijfsklaar te maken was niet een karwei dat zo gedaan was. Hier
was een vakman voor nodig. De zadelma-ker uit Jabeek was hiervoor de geschikte
persoon. Ondertussen lag één helft van de wasserij stil.
Omdat de kolen niet gebunkerd konden worden, wer-den ze zolang opgeslagen
in talbotwagons. Dat was maar goed ook, wat het was oorlog en de bezetters
konden dit aanzien als sabotage.
De leren aandrijfriemen werden later vervangen door kunststof riemen
waarin canvas in verwerkt was. Naderhand werden deze riemen vervangen door
sterke tandwielkasten
In mijn voorlaatste artikel schreef ik over mijn aanstelling als eerste
ploegbaas van de losvloer. In loop van tijd had ik toch geleerd dat men
tegenover je directe chef maar zeker ook tegenover je collega's eerlijk
en oprecht moet zijn en ook erna handelen. In hel verleden mankeerde er
nog al eens wat aan dat eerlijk en op-recht zijn en dan ontstonden er vaak
ruzies en dat wilde ik beslis niet. Maar omdat ik eens aan mij hoogste
bovengrondse baas eerlijk antwoord gaf, kwam dit toch wel heel anders uit.
Om dit duidelijk te maken moet ik even teruggrijpen naar begin dertiger
jaren. Meestal op middagdienst gingen legio mijnwagens, vol me takkenbossen
"sjansen" naar ondergronds. Deze "sjansen" werden gebruikt om de ruimte
die ontstaan was, waar de kolen waren gedolven, te stutten. Vooral als
deze ruimten zich precies onder gemeentehuizen kloosters en vooral kerken
stonden, wer-den ze volgepropt met deze ."sjansen". Dit om de ergste ver-zakkingen
te voorkomen. De vraag blijft natuurlijk hoe men aan die takkenbossen kwam.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers
De Oudere Generatie aan het woord
Deel 88
Een groot deel van de Schinveldse bossen bestond vroeger uit struikgewas.
Van deze takken werden de "sjansen" gemaakt. Ook mijn familie bezat twee
percelen met struikgewas. Één perceel aan het einde van de
Julianastraat en het andere perceel dat Lammedam werd genoemd. Al op jonge
leeftijd ging ik samen met Wiel Waltmans (overl.) "sjansen" maken. Zo goed
als het ging hakte ik mee, maar mijn kleine handen waren nog niet in staat
om de takken te bundelen. Bij het perceel aan de lammedam aangekomen bleek
dat het struikgewas in vlammen was opgegaan. De "sjansen van" het perceel
aan de Julianastraat werden te koop aangeboden bij de talrijke bakkers
in ons dorp en aan de Staatsmijnen. Aan de hoogst biedende werd dan verkocht.
In de dertiger jaren werden deze "sjansen" ondergronds gebruikt, later
werden de "sjansen" vervangen door "wasstenen" deze stenen waren afkomstig
uit de wasserij. Ondergronds werden deze stenen dan met een blaasmachine
op de plek geblazen waar voorheen de "sjansen" werden gebruikt. De stenen
die eerder op de steenberg werden gestort kregen nu een aparte plek, vanwaar
indien dit nodig was, met ondergrondse mijnwagentjes naar de losvloer werden
vervoerd. Er was eerder al een transportband aangelegd van de steenbunker
wasserij tot onder het dak van schacht II en ook naar een kleine bunker
zodat de losvloer zelf ook de wasstenen in wagentjes kon overladen. Op
een dag, in de week dat ik middagdienst had, gebeurde het volgende.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers