Deel 87 Update  10 mei 1999         Brunssum-Schinveld

email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina

De Oudere Generatie aan het woord
 

Om deze deels verschroeide en deels met uitgesneden schoenzolen riem weer bedrijfsklaar te maken was niet een karwei dat zo gedaan was. Hier was een vakman voor nodig. De zadelma-ker uit Jabeek was hiervoor de geschikte persoon. Ondertussen lag één helft van de wasserij stil. Omdat de kolen niet gebunkerd konden worden, wer-den ze zolang opgeslagen in talbotwagons. Dat was maar goed ook, wat het was oorlog en de bezetters konden dit aanzien als sabotage.
De leren aandrijfriemen werden later vervangen door kunststof riemen waarin canvas in verwerkt was. Naderhand werden deze riemen vervangen door sterke tandwielkasten
In mijn voorlaatste artikel schreef ik over mijn aanstelling als eerste ploegbaas van de losvloer. In loop van tijd had ik toch geleerd dat men tegenover je directe chef maar zeker ook tegenover je collega's eerlijk en oprecht moet zijn en ook erna handelen. In hel verleden mankeerde er nog al eens wat aan dat eerlijk en op-recht zijn en dan ontstonden er vaak ruzies en dat wilde ik beslis niet. Maar omdat ik eens aan mij hoogste bovengrondse baas eerlijk antwoord gaf, kwam dit toch wel heel anders uit. Om dit duidelijk te maken moet ik even teruggrijpen naar begin dertiger jaren. Meestal op middagdienst gingen legio mijnwagens, vol me takkenbossen "sjansen" naar ondergronds. Deze "sjansen" werden gebruikt om de ruimte die ontstaan was, waar de kolen waren gedolven, te stutten. Vooral als deze ruimten zich precies onder gemeentehuizen kloosters en vooral kerken stonden, wer-den ze volgepropt met deze ."sjansen". Dit om de ergste ver-zakkingen te voorkomen. De vraag blijft natuurlijk hoe men aan die takkenbossen kwam.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers
 

email: haijdenh@brunssum.net

Terug naar startpagina

De Oudere Generatie aan het woord

Deel 88

Een groot deel van de Schinveldse bossen bestond vroeger uit struikgewas. Van deze takken werden de "sjansen" gemaakt. Ook mijn familie bezat twee percelen met struikgewas. Één perceel aan het einde van de Julianastraat en het andere perceel dat Lammedam werd genoemd. Al op jonge leeftijd ging ik samen met Wiel Waltmans (overl.) "sjansen" maken. Zo goed als het ging hakte ik mee, maar mijn kleine handen waren nog niet in staat om de takken te bundelen. Bij het perceel aan de lammedam aangekomen bleek dat het struikgewas in vlammen was opgegaan. De "sjansen van" het perceel aan de Julianastraat werden te koop aangeboden bij de talrijke bakkers in ons dorp en aan de Staatsmijnen. Aan de hoogst biedende werd dan verkocht. In de dertiger jaren werden deze "sjansen" ondergronds gebruikt, later werden de "sjansen" vervangen door "wasstenen" deze stenen waren afkomstig uit de wasserij. Ondergronds werden deze stenen dan met een blaasmachine op de plek geblazen waar voorheen de "sjansen" werden gebruikt. De stenen die eerder op de steenberg werden gestort kregen nu een aparte plek, vanwaar indien dit nodig was, met ondergrondse mijnwagentjes naar de losvloer werden vervoerd. Er was eerder al een transportband aangelegd van de steenbunker wasserij tot onder het dak van schacht II en ook naar een kleine bunker zodat de losvloer zelf ook de wasstenen in wagentjes kon overladen. Op een dag, in de week dat ik middagdienst had, gebeurde het volgende.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers