De Oudere Generatie aan het woord
Waarschijnlijk was er onder een of ander groot gebouw een dikke laag
kolen gedolven. Dit kon de reden zijn dat er voor die grote lege ruimte,
die hierdoor ontstaan was, meer wasstenen nodig waren. Omdat de band vanaf
de wasserij deze hoeveelheid niet kon aanvoeren, hadden wij uit voorzorg
in een reserve baan een twintigtal wagens met stenen in voorraad staan.
Ook stond er op de begane grond nog een treintje klaar om zo ten alle tijden
aan de vraag te voldoen (zie foto hout-brug).
Zo liep alles liep naar wens, totdat ik het bericht ontving, er komen
geen stenen meer van de wasserij. Wat was hiervan de oorzaak? Was de steenband
gaan slippen door de natte stenen? Via de trap schacht liep ik naar
de aandrijfmotor toe, maar deze was draaiende. Ook de transportband liep
normaal. Nu langs de bandenbrug naar beneden kijken naar de schoepenrol,
die aan het begin van de band de stenen gelijkmatig verdeelde, maar deze
draaide.
Ik liep snel de drie trappen naar beneden waar men mij vertelde dat
de steenbreker was vast gelopen en dat dit oponthoud nog wel een tijdje
kon duren. Ik wist nu genoeg en ging terug naar de losvloer waar de bedieningsmensen
alle in voorraad staande wagens met stenen al naar beneden gestuurd hadden.
Nu moest ik mij eerlijk en oprecht tegenover iedereen opstellen, waar het,
zoals ik al eerder over schreef op deze werkplek nogal eens aan mankeerde.
Omdat er geen stenen meer ondergronds aankwamen rinkelde als snel de telefoon,
ik nam de haak op en er klonk de vraag waar blijven de stenen?
Ik kon niets anders antwoorden dan storing in de wasserij, en nog geen
stenen vanaf het steenstort. Niet lang daarna belde nog een meesteropzichter
met dezelfde vraag maar het antwoord bleef gelijk. Om enig inzicht te krijgen
ging ik even naar de wasserij om te kijken naar de storing. Op afstand
zag ik dat de bankwerkers nog aan het werk waren. Toen werd ik, door drie
maal de luchtfluit te laten overgaan, opgeroepen.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers
Deel 90
De Oudere Generatie aan het woord
In de wasserij hoorde ik drie maal de oproepfluit, ik spoedde mij naar
de losvloer. Er zou toch niet ernstigs gebeurd zijn? Er was niets gebeurd,
maar aan de telefoon was de ondergrondse hoofdopzichter. Waar blijven de
stenen, was weer zijn vraag. Ook nu mijn antwoord, er is een storing in
de wasserij en er komen ook geen stenen van de opslag plaats. Na dit gesprek
ging ik meteen naar schacht II om vanaf de kophoutbrug nog eens het terrein
af te speuren. Weer werd ik terug gefloten, dit maal was de bovengrondse
hoofdopzichter weer aan de lijn. Hij belde vanuit zijn woning. "Rademakers"
zei hij," wat is er met die was-stenen aan de hand?' Weer was mijn antwoord
dat er een storing was. "Rademakers" zo zei hij, "er komen wel nog stenen
van de wasserij en het terrein." Maar toen ik dit ontkende, werd hij kwaad
en zei zijn stem verheffende, "ik zeg je Rademakers er komen wel nog stenen."
Omdat het nutteloos was hier verder op in te gaan zei ik maar "oké
opzichter" en brak het gesprek af. Ik ging terug naar de afdeling nog nadenkend
over het onzinnige gedoe, had ik dan moeten zeggen dat er wel nog stenen
kwamen? Mijn standpunt was immers eerlijk en oprecht zijn, tegenover de
mensen op de vloer maar ook tegen je superieuren. Uit ervaring wist ik
dat er soms een gespannen verhouding was tussen de hoofden ondergronds
en de hoofden bovengronds. Wanneer er problemen waren op de losvloer werden
de toezicht mensen door de ondergronders met vloek kanonnades aangevallen.
Ondergronds hadden ze zo zei men "de broek aan". Op steun van bovengronds
hoefde wij bij dit gekrakeel nauwelijks te rekenen. Hier over meer in mijn
volgende aflevering.
Blijf kijken, blijf lezen, ik kom terug.
Pierre Rademakers